IJzertekort in de spotlight

Een tekort aan IJzer komt vaak voor en kan vervelende en ernstige gevolgen hebben. Het mineraal ijzer speelt een belangrijke rol in het lichaam: zorgt ervoor dat de rode bloedcellen zuurstof vanuit je longen tot in elke lichaamscel kunnen brengen, is betrokken bij de energieproductie in de cellen.

Symptomen van een ijzertekort:
  • Futloos en snel moe zijn na een inspanning.
  • Er bleek uitzien.
  • Last van hoofdpijn en duizeligheid.
  • Broze haren en nagels.
  • Mogelijke ontsteking van de tong.
  • Baby’s en kinderen die te weinig ijzer binnenkrijgen, groeien minder snel dan hun leeftijdsgenootjes en kunnen te kampen krijgen met aandachts-, concentratie- en geheugenstoornissen. Door hun verminderde weerstand zijn ze bovendien meer vatbaar voor infecties.

Een ijzertekort kan in alle leeftijdsgroepen voorkomen. Opgroeiende kinderen en zwangere vrouwen lopen echter het meeste risico. Vrouwen hebben een hogere ijzerbehoefte dan mannen omdat ze maandelijks ijzer verliezen tijdens de menstruatie. Jonge meisjes die reeds menstrueren vormen een belangrijke risicogroep die de nodige aandacht vraagt. Volg je een strikt vermageringsdieet of kies je voor een vegetarische of veganistische voeding, dan loop je ook meer kans op een ijzertekort.

IJzer komt in de voeding voor in 2 vormen. Heemijzer zit vooral in dierlijke producten zoals vlees en vis en wordt goed door het lichaam opgenomen. IJzer dat aanwezig is in groenten, fruit, brood, graanproducten en aardappelen wordt in het algemeen minder efficiënt opgenomen. Plantaardige voedingsmiddelen kunnen behalve ijzer ook oxaalzuur, fytinezuur en polyfenolen bevatten. Deze natuurlijke stoffen gaan in de darm een verbinding aan met ijzer waardoor het niet meer kan worden opgenomen en het lichaam als dusdanig weer verlaat. Dit verklaart onder andere het misverstand dat spinazie een goede ijzerbron is. Als je er een voedingsmiddelentabel op naslaat, zal je merken dat spinazie inderdaad relatief veel ijzer bevat. Vanwege het hoge gehalte aan oxaalzuur wordt er echter maar weinig effectief van opgenomen.

Vitamine C bevordert de opname van ijzer. Vegetariërs nemen daarom best groenten, fruit of fruitsap rijk aan vitamine C bij elke maaltijd. Gezien dierlijke producten voor een groot deel van de ijzeraanvoer zorgen, vraagt een vegetarische voeding extra aandacht inzake ijzer. Koffie of thee drinken tijdens of direct na de maaltijd kan eveneens de ijzeropname uit plantaardige voedingsmiddelen beperken.

IJzersupplementen kunnen noodzakelijk zijn in sommige situaties bv. tijdens de zwangerschap of na een belangrijk bloedverlies.

IJzerbisglycinaat is een zeer goed opneembare, organische vorm van ijzer. 

IJzer

IJzerbisglycinaat (iron bisglycinate) is een zeer goed opneembare, organische vorm van ijzer. Deze verbinding is mild voor de maag en geeft geen aanleiding tot constipatie wat een bekend probleem is bij ijzersuppletie. Voor een optimale ijzeropname en verwerking dienen een aantal synergisten aanwezig te zijn, zoals extra mineralen, vitamine B12, vitamine C en foliumzuur.
Mogelijk helpt IJzer bij:
  • Anemie (bloedarmoede): voor een optimale ijzeropname en verwerking dienen een aantal synergisten aanwezig te zijn, zoals extra mineralen, vitamine B en C. Door een slechte absorptie en inname van organische ijzer ontwikkelt men ijzer tekorten. De eerste symptomen zijn zwakte, moeheid, verlies van uithoudingsvermogen, later kan anemie ontstaan.
  • Borstvoeding: ijzer ondersteunt de borstvoeding.
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS): de eerste symptomen bij ijzertekort zijn zwakte, moeheid en verlies van uithoudingsvermogen, op termijn kan anemie (bloedarmoede) optreden.
  • Duizeligheid: ijzer tekort kan de oorzaak zijn dat men zich regelmatig duizelig voelt.
  • Immuunsysteem: ijzer bevordert de weerstand.
  • Nagelaandoening (holle nagel): holle nagels (lepeltjesnagels, deuk in nagel) kunnen op een ijzertekort duiden (anemie), terwijl de nagels bij ademhalingsstoornissen of hartaandoeningen bol staan en de vingertoppen zich verbreden (trommelstoknagels).
  • Vermoeidheid: de eerste symptomen bij ijzertekort zijn zwakte, moeheid en verlies van uithoudingsvermogen, op termijn kan anemie (bloedarmoede) optreden.
  • Zwangerschap: ijzer vermindert de kans op bloedarmoede, vermoeidheid en laag geboortegewicht.
Dosering:
  • Een dosering van 15 mg elementair organisch ijzer is voor de meeste toepassingen voldoende.
  • IJzer wordt het best geabsorbeerd op een lege maag (2 uur na de maaltijd) en bindt zich aan maagzuurremmers en sommige medicijnen. Organische ijzervormen (zoals ijzerfumaraat en ijzergluconaat) worden goed geabsorbeerd en veroorzaken minder of geen van de bijverschijnselen die bij anorganische ijzersupplementen (zoals ijzersulfaat) regelmatig worden waargenomen, zoals constipatie en darmstoornissen.
  • Inname van organisch ijzer moet na een doorgemaakte anemie langdurig plaatsvinden. Het kan maanden tot meer dan 1 jaar duren voor de ijzerdepots in het lichaam weer geheel gevuld zijn. Als de hemoglobinewaarde zich door ijzersuppletie heeft genormaliseerd moet de kuur nog 6 weken worden doorgezet om de ijzerdepots in het lichaam goed op te vullen.
Synergisme (versterkt de werking van ijzer):
  • Anemie door ijzertekort kan met orale ijzersuppletie goed worden bestreden, onder voorwaarde dat er een aantal synergisten aanwezig zijn die zorgen dat de opname ook daadwerkelijk kan plaatsvinden. Hierbij moeten we denken aan stoffen als vitamine Cvitamine B1,  vitamine B2vitamine B3vitamine B5vitamine B6 en vitamine B12 en niet in de laatste plaats magnesium.
  • Verder wordt vanwege het pro-oxidatieve karakter van ijzer aangeraden de therapie te ondersteunen met sterke antioxidanten.
  • Een belangrijke synergist van de ijzerstofwisseling is vitamine C dat in het darmkanaal plantaardig non-haem ijzer omzet in haem-ijzer en daardoor de ijzerabsorptie verbetert. Als basissuppletie wordt vitamine C en een goede multi aangeraden.
Waarschuwing:
  • Niet gebruiken bij ijzerstapelingsziekte (hemachromatose).

Spirulina, een krachtige alg

Spirulina is zeer rijk aan eiwitten (55 tot 70%), deze plantaardige eiwitten bevatten alle essentiële aminozuren. Ook is pirulina uitzonderlijk rijk aan B-vitamines, vitamine E, beta caroteen en luteïne. Spirulina is ook een goede bron van essentiële vetzuren en mineralen zoals ijzer, magnesium, calcium en fosfor. Spirulina bevat ook een verbinding fycocyanine (een natuurlijke blauw pigment) en een krachtige antioxidant chlorofyl.

Het immuunsysteem is de grenswachter van ons lichaam en blokkeert virussen, bacteriën en kankercellen. Ons immuunsysteem kan verzwakken door verschillende factoren: stress, vermoeidheid, verstoorde darmflora, ophoping van zware metalen ... Spirulina heeft immuunstimulerende eigenschappen.

Spirulina heeft bij ouderen een gunstig effect op het lipidenprofiel (vetspectrum). Door zijn antioxiderende en ontstekingsremmende activiteiten kan spirulina preventief helpen om hart- en vaatziekten te voorkomen. Wanneer vrije radicalen, in grotere hoeveelheden worden aangetroffen dan antioxidanten, speelt oxidatieve stress een rol bij vele ziekten: hypertensie, diabetes, atherosclerose, kanker, neurodegeneratieve ziekten zoals Alzheimer, Parkinson, enz... Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat spirulina oxidatieve stress kan verminderen dankzij fycocyanine, beta-caroteen en de vitaminen en mineralen die het bevat.

Spirulina (organic spirulina) kan nuttig zijn bij allergische rhinitis, in een gerandomiseerd onderzoek met controlegroep namen deelnemers ofwel placebo ofwel spirulina gedurende 12 weken op 1 of 2 g per dag. Patiënten die spirulina dagelijks met een dosis van 2 g namen, haddeb een significante verbetering van hun allergische symptomen. Spirulina verlaagt de niveaus van interleukine-4 (een molecuul dat wordt geassocieerd met allergieën) met 32%. Er werd aangetoond dat spirulina neusafscheiding, niezen, verstopte neus en jeuk vermindert .

Spirulina is ook werkzaam tegen virussen, het bevat polysaccharide (Ca-SP), een krachtige virusremmer is van het virus dat werkt op het moment dat een virus in de cel wilt binnendringen, maar ook bij het vermenigvuldigen van het virus. Spirulina kan effectief zijn tegen zowel hepatitis C- als herpesvirussen.

Spirulina is een voortreffelijke bondgenoot bij het ontgiften. Arseen, lood, kwik, cadmium, aluminium ... zijn metalen die vaak betrokken zijn bij gezondheidsproblemen. Wat het mechanisme van toxiciteit ook is, deze metalen leiden altijd tot oxidatieve stress. Metalen kunnen ook bepaalde biologische processen blokkeren door interactie met belangrijke enzymen. De antioxiderende eigenschappen van spirulina, vooral vanwege fycocyanine, maar ook de aanwezigheid van chlorofyl, zorgen ervoor dat het een beschermend effect heeft tegen milieuverontreinigende stoffen .

In een studie uitgevoerd in 2014 op 52 volwassenen met dyslipidemie (verstoring van het vetmetabolisme), maakte een suppletie van 1 gram spirulina per dag gedurende 3 maanden de eliminatie van triglyceridenconcentraties mogelijk met 16,3%, totaal cholesterol met 8, 9% en LDL-cholesterol met 10,1%. Een recente meta-analyse van 7 gerandomiseerde onderzoeken, werd bevestigt dat spirulina het totale cholesterol-, LDL-cholesterol- en triglyceridengehalte verlaagt. Tegelijkertijd kan spirulina het HDL-cholesterol verhogen (goede cholesterol) en kan dus atherosclerose (slagaderverkalking) voorkomen worden door in te werken op het lipidenprofiel.
Spirulina

Dopamine

Voedingssupplementen die de dopaminespiegel op een natuurlijke manier verhogen:
  • CurcuWin de gele kleurstof curcumine uit curcuma verhoogt de activiteit en stijging van serotonine-spiegel, noradrenaline-spiegel en dopamine-spiegel.
  • DL-fenylalanine (DLPA) is een mengsel van zowel de rechtsdraaiende D-vorm van het ringvormige aminozuur fenylalanine als de (natuurlijke) linksdraaiende L-vorm. L-fenylalanine kan gemakkelijk de bloed-hersenbarrière passeren en kan worden omgezet in het aminozuur L-tyrosine dat in schildklierhormoon kan worden omgezet en via L-dopa uiteindelijk de neurotransmitters dopamine, noradrenaline en adrenaline kan vormen.
  • L-theanine beïnvloedt verschillende neurotransmitters in de hersenen (GABA, dopamine, serotonine, glutamaat), verhoogt het dopamine gehalte in de hersenen.
  • L-tyrosine behoort tot de semi-essentiële aminozuren, dat wil zeggen: het wordt in het lichaam gemakkelijk gevormd uit fenylalanine, maar in bepaalde omstandigheden kan er ook gemakkelijk een tekort aan L-tyrosine ontstaan. L-Tyrosine is een belangrijke bouwsteen van zowel dopamine, adrenaline, noradrenaline en schildklierhormonen, allemaal stimuli van de stofwisseling en het zenuwstelsel.
  • Mucuna pruriens (l-dopa) de peulvruchten hebben een hoog gehalte aan medicinale stoffen, waaronder levodopa (L-dopa), is de voorloperstof van de neurotransmitter dopamine, belangrijk voor motoriek, stemming, seksualiteit, slaap, denken, gedrag en motivatie. De neurotransmitter dopamine is belangrijk voor de seksualiteit; suppletie met mucuna-extract heeft een positieve invloed op het libido, mede door activering van de dopaminerge neurotransmissie en verhoging van de testosteronspiegel.
  • NADH (Nicotinamide-Adenine-Dinucleotide Hydride) speelt een belangrijke rol bij de energie-aanmaak binnen in de lichaamscellen. NADH heeft een gunstige invloed bij depressie. Dit positieve resultaat is te danken aan het feit dat NADH het dopaminespiegel en noradrenalinegehalte in de hersenen doet toenemen.
  • Rhodiola heeft een beschermende invloed op neurotransmitters in de hersenen, zoals serotonine en dopamine. Rhodiola verbetert de werking van neurotransmitters door de enzymatische afbraak ervan tegen te gaan en te voorkomen dat lage spiegels ontstaan door overmatige (anti)stresshormonen.
De werking van neurotransmitters:
Het beheersen van de seksuele drang tot het oproepen van verlangens. Het beïnvloeden van emoties en energieniveaus. Het beïnvloeden van het denkvermogen en het geheugen. Individuele neurotransmitters hebben een unieke werking, die soms tegenovergesteld is aan die van andere neurotransmitters. De werking die opgeroepen wordt, hangt af van de neurotransmitters die erbij betrokken is. We kunnen heel veel doen om de optimale neurotransmitter-spiegel te bereiken en het zenuwstelsel op topniveau te houden. In grote lijnen heeft dat alles te maken met de principes van een goede gezondheid (vooral eten en bewegen).

Dopamine:
Is de neurotransmitter die staat voor plezier. Hierdoor voelen we ons goed en zijn we in staat te genieten van seks en uit te kijken naar seksuele activiteit. Dopamine helpt ook om de sensuele boodschappen uit de organen voor gezicht, gehoor, smaak, gevoel en geur op te vangen en te beantwoorden. Cruciaal voor seksuele prikkeling is dat dopamine een sterke invloed heeft op onze emoties en primitieve instincten, zoals seks. Het is ten dele ook verantwoordelijk voor de spierbeweging en voor het reguleren van ademhaling, honger en eetlust. Dopamine is een prikkelende neurotransmitter (één die neuronen in vuur en vlam zet). Het is stimulerend en de chemische neef van de amfetaminen. Dopamine wordt niet voortdurend afgegeven. Het wordt uitgestoten als het nodig is. Elke golf levert een positieve emotionele reactie. Genot, extase, euforie, opgetogenheid (ze houden allemaal verband met de golven van dopamine in de hersenen). Een krachtige stoot dopamine wordt losgemaakt op het moment van seksuele climax, waardoor een intens gevoel van genot opgewekt wordt. Een plotselinge golf dopamine is zo aangenaam dat het verslavend kan werken. Een deel van bedwelmende stoffen als cocaïne, nicotine, alcohol,... zijn verslavend omdat ze onmiddellijk een enorme golf dopamine door de hersenen jagen, of ze verhogen de dopaminespiegel doordat ze ervoor zorgen dat de dopamine zich opstapelt in de synapsen (contactplaatsen) tussen de cellen. Dopamine is één van de bio-chemicaliën die verantwoordelijk zijn voor de gevoelens die in verband staan met verliefd worden, zoals: blozen, diep ademhalen en klamme handen. Het fenomeen verliefd worden is zo aangenaam dat het ook verslavend kan werken. Degenen dia aan deze verslaving lijden, vlinderen van de één naar de ander in een poging telkens weer de sensatie van het verliefd worden te ervaren. De nieuwe partner verveelt echter snel, omdat het zenuwstelsel die stimulerende, hoge doses dopamine niet kan handhaven. Het beschermt zichzelf door de doses te matigen. Alleen het weer eens wisselen van partner kan de buitensporige hoeveelheid opnieuw opwekken.

Dopamine versterkt de seksualiteit van zowel mannen als vrouwen door seksuele activiteit te associëren met plezier.
Mucuna pruriens preparaten hebben een duidelijke werking op diverse systemen voor overdracht van neurotransmitters, waaronder het dopaminesysteem.
Dopamine heeft de volgende effecten:
Het vergroot de intensiteit van een seksuele ervaring. Het versterkt het seksuele verlangen. Het geeft de aanzet tot de geslachtsdrift. Het stimuleert de reactie op sensuele stimulantia, zoals verleidelijke geuren, romantische muziek, sensuele aanraking, heerlijke smaken, erotische afbeeldingen,.... Het vergemakkelijkt een orgasme. Het verhoogt de seksuele energie.
Dopamine werkt versterkend op de stemming, maar stimuleert ook de seksualiteit. Als de dopaminespiegel te laag is dan hebben zowel de emotionele als de fysieke aspecten van het liefdesleven daar hinder van. Sensuele en verleidelijke boodschappen prikkelen niet. Sensuele toenaderingspogingen van de partner laten de ander koud. Zelfs als u aan seks denkt, hebt u nog niet de energie om ermee door te gaan. Waarschijnlijk kost het moeite een orgasme te bereiken. Seks is niet meer zo leuk. Seksuele aversie is een uiterste toestand veroorzaakt door een lage dopaminespiegel. Mensen met seksuele tegenzin vinden seks leuk, maar alleen als ze er actief bij betrokken zijn. Tussen seksuele ontmoetingen door kijken ze niet uit naar de seksuele daad. Ze vermijden seksuele contacten en ontmoetingen. Een verlaagde dopaminespiegel veroorzaakt negatieve gevoelens en neerslachtigheid, levert een emotioneel klimaat dat vijandig staat tegenover romantiek. Herhaalde golven dopamine in het zenuwstelsel (zoals die soms worden veroorzaakt door het gebruik van drugs) stimuleren de hersenen en de emoties voortdurend. Daardoor wordt de dopaminespiegel verlaagd en volgt emotionele uitputting. Een verlaagde dopaminespiegel stompt het geheugen en het denkvermogen af. Het kan leiden tot impulsief gedrag doordat het iemands vermogen tot actief handelen beïnvloedt.

De volgende symptomen kunnen erop wijzen dat de dopaminespiegel te laag is (of de serotonine-spiegel te hoog):
  • Verminderde geslachtsdrift.
  • Vermoeidheid, slapte of lusteloosheid.
  • Spierpijn en/of hoofdpijn.
  • Neus allergieën.
  • Stoornissen in de spijsvertering zoals misselijkheid of verstopping.
  • Verminderde eetlust.
  • Verlangen naar cafeïne, chocolade, snoep, vet, zout,...
  • Premenstruele gevoeligheid van de borsten bij vrouwen.
Hoewel de werking van dopamine over het algemeen aangename gevolgen heeft, kunt u ook te veel van het goede krijgen. Te veel dopamine kan te prikkelend werken, wat zich uit in voortijdige ejaculatie of verergering van het probleem als het al bestond. Een teveel aan dopamine kan ook problemen in de persoonlijke relatie veroorzaken. Als de dopaminespiegel in de limbische hersenen (primitieve hersenen) te hoog is en in de hersenschors (denkende hersenen) te laag, dan kan de persoon in kwestie asociaal gedrag vertonen en problemen hebben in de omgang met anderen. Dergelijke personen zijn vaak zeer wantrouwend en bij vlagen paranoïde. Schizofrenie zou verband houden met een te hoge dopaminespiegel in bepaalde delen van de hersenen.

Dopamine wordt in het lichaam aangemaakt uit het aminozuur tyrosine (L-tyrosine). Tyrosine kan op zijn beurt aangemaakt in het lichaam aangemaakt worden door het aminozuur fenylalanine (L-fenylalanine). Tyrosine en fenylalanine zitten in veel eiwitrijke voedingsmiddelen: mager rood vlees, kip, kalkoen, zeevruchten, tofu, bonen, erwten, linzen, tarwekiemen, zaden, noten,... Wilt u alert zijn en de dopaminespiegel opkrikken, neem dan eiwitten. Een maaltijd met veel proteïnen en weinig koolhydraten (vlees, gevogelte of zeevruchten, sperziebonen,...) kan helpen de dopaminespiegel te doen stijgen zodat u mentaal alert blijft. Eet geen koolhydraten voor het eiwit als u de energie-opwekkende werking van dopamine wilt gebruiken. De meeste eiwitrijke voedingsmiddelen bevatten zowel tyrosine als tryptofaan en deze 2 aminozuren werken elkaar tegen, ze willen beiden als eerste de hersenen bereiken. Koolhydraten werken met tryptofaan samen om als eerste de hersenen binnen te dringen en tyrosine zo buiten te sluiten. Als gevolg daarvan wordt er serotonine aangemaakt in plaats van dopamine. U zult zich ontspannen en tevreden voelen maar niet waakzaam en energiek. Een lage dopaminespiegel doet u snakken naar eten en stoffen die de dopaminespiegel opvijzelen, zoals cafeïne, chocolade, snoep, vetten en zout. Vreemd genoeg doet één alcoholisch drankje de dopaminespiegel stijgen, terwijl meer dan één de serotonine-spiegel doet stijgen. Snakt u naar cafeïne, chocolade, kaas of gezouten pinda's dan moet u eens zoeken naar iets om de dopaminespiegel te doen stijgen, vooral als u daarbij andere dopamine-gebrek-symptomen hebt, zoals hoofdpijn, neerslachtigheid of vermoeidheid.

Roken, alcohol, koffie, thee, suikers (koolhydraten), ... stimuleren de dopaminespiegel maar ze bezetten de dopaminereceptoren, daardoor zijn er steeds grotere hoeveelheden stimuli nodig om het geluksgevoel van dopamine vast te houden. Na een tijd zal de dopaminespiegel nog hetzelfde zijn, maar het geluksgevoel vermindert omdat de dopaminereceptoren bezet worden. Het lichaam denkt dat er weinig dopamine is en vermindert automatisch de dopaminereceptoren.

Lichaamsbeweging heeft allerlei positieve effecten op een actief, bevredigend seksleven. Lichaamsbeweging geeft een positieve veranderingen in de chemische huishouding van het lichaam. Het verhoogt de glucosespiegel, waardoor de eetlust verminderd wordt en het vergroot de dopamine- en noradrenaline-spiegel, die allebei de gemoedstoestand doen verbeteren. Lichamelijke activiteit in het algemeen is goed voor lichaam, geest en gevoelens. Aërobe beweging in het bijzonder verbetert de gemoedstoestand en draagt bij tot het uithoudingsvermogen. Daarbij bevordert het de uitstoot van endorfine, die ervoor zorgen dat we ons goed voelen en mentaal waakzaam zijn. Om als aëroob aangemerkt te worden, moeten de oefeningen ten minste 12 minuten non-stop uitgevoerd te worden. Het zou als het goed is, zorgen voor grotere onderlichaam-spieren. Sporten als golf, tennis, voetbal,... zijn niet aëroob, omdat er wisselend stilgestaan en gelopen wordt. De beste lichaamsbeweging is een activiteit die u fijn vindt, omdat daardoor de kans groot is dat u ze makkelijk en regelmatig zult beoefenen. Ten minste 4 x per week, 20 minuten lopen is een voorbeeld van een aërobe activiteit die de meesten onder ons gemakkelijk in hun dagelijkse bezigheden kunnen opnemen.
L-theanine is een bijzonder aminozuur dat bijna alleen voorkomt in thee, het verhoogt de activiteit van de neurotransmitters serotonine, dopamine en GABA.
Zie ook:

Verbeter uw conditie

Sommige sporten en/of activiteiten vereisen concentratie andere spierkracht of uithouding. Voedingssupplementen kunnen deze noodzakelijke kwaliteiten aanscherpen.

Bloedcirculatie (metabolisme) verbeteren, optimaal gebruik van voedingsstoffen en zuurstof:
Concentratie verbeteren:
Gevolgen van melkzuurophoping verminderen:

Kracht en prestaties van de spieren verbeteren:
Recuperatie van lichaam (spieren) na inspanning:
Meer energie / uithoudingsvermogen verbeteren:
Supplementen voor duursporten
Zie ook:
Adaptogenen
Een betere energiehuishouding
Sportvoeding
Uithoudingsvermogen bevorderen
Weerbaar tegen stress en vermoeidheid

Cafeïne

Koffie is in onze cultuur zo hoog aangeschreven, dat koffie verslaafden zich zelden realiseren een stimulerend middel te gebruiken, die op heel wat lichaamsfuncties kan inwerken. Cafeïne is op wereldschaal veruit de meest gebruikte verslavende stimulans dat o.a. te vinden is in koffie, thee, guaranaenergiedranken, chocolade, cola, enz...
  • Bij occasioneel (af en toe) gebruik heeft cafeïne een vaatverwijdend effect waardoor de bloedtoevoer in de hersenen toeneemt. Zodoende krijgt men meer energie, cafeïne stimuleert het centraal zenuwstelsel.
  • Op langere termijn is het effect van cafeïne (zelfs in kleine hoeveelheden) juist vaatvernauwend. Daardoor kan men hoofdpijn, misselijkheid, vermoeidheid en zelfs migraine ontwikkelen. Men beseft niet dat cafeïne daar het gevolg van kan zijn en probeert daarom de onderactiviteit van de hersenen als gevolg van de stimulans, te verjagen met meer stimulans, waardoor een al slechte hersensconditie nog verder verslechtert. Bekend is bijvoorbeeld het verschijnsel van weekendmigraine bij koffiedrinkers, die in het weekend minder of bijna geen koffie drinken en dan onthoudingsverschijnselen gaan vertonen.
Wie gewend is 's ochtends koffie te drinken en dan een keer overslaat, krijgt 's middags hoofdpijn en raakt geprikkeld. Men kan natuurlijk afkicken van cafeïnede symptomen die men had tijdens cafeïne gebruik kunnen zelfs heviger zijn bij het afkicken en kunnen 1 dag tot zelfs 2 weken aanhouden. Je zal merken dat je na een paar weken rustiger wordt, maar niet slomer, minder gestrest, minder geërgerd, minder agressief. Koffie (cafeïne) heeft wel degelijk een nawerking, zoals een andere verslaving maakt het ons na onthouding ervan down, maar de negatieve gevoelens en gedachten die het middel veroorzaakt lijken zo vanzelfsprekend en normaal dat we niet in de gaten hebben dat ze eigenlijk door koffie drinken zijn veroorzaakt. Nadien is men dan wel verlost van deze symptomen. Zelfs is het zo, als u van de cafeïneverslaving af bent, u cafeïne als middel kan gebruiken tegen migraine. Drink bij de eerste tekenen van een migraine aanval 1 à 2 kopjes sterke koffie en ga dan in een donkere rustige kamer liggen. Maar behoed u dan wel dat u niet hervalt in dagelijks koffie gebruik.


Wat gebeurt er bij overmatig cafeïne gebruik:

  • Doet het hart harder werken.
  • Prikkelt het sympathische zenuwstelsel.
  • Activeert de bijnieren (wat de kans op hartritmestoornissen vergroot).
  • Staat ontspanning in de weg.
  • Kan tot een verhoogde cholesterol spiegel leiden.
Wat is de link tussen hoofdpijn en cafeïne:
Adenosine is een lichaamseigen stof dat bloedvatverwijdend eigenschappen heeft, adenosine en cafeïne lijken qua structuur op elkaar. Cafeïne kan de receptoren die bestemd zijn voor adenosine blokkeren (de receptor merkt het verschil niet tussen cafeïne en adenosine). Daardoor is er geen plaats meer voor adenosine, waardoor er geen werking van adonesine is (de werking kan alleen optreden bij binding aan de adenosine receptor). De aanwezigheid van cafeïne op die receptor heeft precies de tegengestelde werking van adenosine op die receptor. Adenosine die anders aan die receptor zou binden, blijft of in het lichaam rondstromen of wordt afgebroken door daarvoor bestemde enzymen. Omdat het lichaam denkt dat er geen adenosine werking is (want receptoren worden geblokkeerd door cafeïne), wordt er meer adenosine geproduceerd, zodat de hoeveelheid steeds maar toeneemt. Wanneer de cafeïne consumptie stopt, dan zijn de adenosine receptoren weer vrij voor adenosine. Omdat het lichaam enorme hoeveelheden adenosine heeft geproduceerd, zal de bloedvatverwijdende werking enorm zijn, zodat je bonkende hoofdpijn krijgt. Als je dan weer cafeïne gebruikt raken de receptoren weer gevuld met cafeïne en wordt de bloedvaten weer vernauwd en gaat de hoofdpijn weer over.

Adenosine is een belangrijke bio-organische verbinding, het maakt deel uit van de energierijke molecule adenosine-trifosfaat (ATP). ATP is een molecule dat energie opslaat en levert. Het is de energetische basis voor alle cellulaire processen. ATP-moleculen vormen als het ware de accu van onze cellen zodat de benodigde energie voor al onze lichaamsfuncties en dagelijkse activiteiten zo goed mogelijk gegarandeerd is. ATP wordt verbruikt en moet telkens weer opnieuw worden aangemaakt om de cellen te voorzien van de nodige energie. Voortdurende stress, zware inspanningen, verwonding, ziekte of bij veroudering is ons lichaam vaak onvoldoende in staat om ATP voorraden optimaal op peil te houden. Bij dagelijks gebruik van cafeïne zal op termijn de ATP voorraden verminderen doordat de cafeïne de receptoren van adenosine bezetten en in de bloedbaan blijft circuleren. Hierdoor kan op termijn vermoeidheid een ernstig symptoom zijn. Vergeet niet dat ons lichaam ongeveer 15 uur nodig heeft om cafeïne af te breken.

Als u Cafeïne en met name koffie als stimulerend middel gebruikt, probeer dat dan bewust en incidenteel te doen en niet gedachteloos en uit gewoonte.
Beter is nog guarana, de vorm van cafeïne in guarana is milder en de energie neemt minder snel af, maar hetzelfde geldt ook voor guarana, (groene en zwarte) thee en andere cafeïnehoudende producten, incidenteel en bewust gebruiken. De energie die koffie geeft moet op de één of andere manier een uitweg vinden in een activiteit. Maar die energie kan zich ook in emoties uiten. Koffie maakt levendig, enthousiast en alert, maar je wordt ook sneller geprikkeld als iets u niet bevalt. Koffie draagt bij tot gezelligheid maar verhoogt ook stress en agressie.

Cafeïne is een stimulerend middel dat het niveau van stresshormonen als cortisol en adrenaline doet toenemen. Dit leidt tot eerst een stijging en daarna een daling van je energieniveau. Als je een cafeïne-dipje hebt, ga je zin in suiker krijgen om weer energieker te worden.

Nota:
Door vermoeidheid al dan niet chronisch zoekt men naar hersenstimulans (zoals cafeïne), het probleem met stimulansmiddelen is dat ze helpen op korte termijn maar op langere termijn de dingen juist verslechteren.
Guarana het alternatief voor koffie, maar gebruik het met mate. 
Zie ook:
Burn out
Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS)
Guarana
Hartkloppingen
Hoofdpijn
Migraine
Oorsuizen
Vermoeidheid
Verslaving

Testosteron: te weinig mannelijk geslachtshormoon

Voedingssupplementen om de testosteronspiegel in balans te brengen:
Ashwagandha supplementen leidt tot meer sperma, bevordert de beweeglijkheid van de spermacellen, verbetert het seksueel functioneren en de vruchtbaarheid. Ashwagandha doet het testosterongehalte in het bloedserum stijgen.
Beta sitosterol is een natuurlijke plantenextract dat vaak verward wordt met boldenone (anabolische steroïde) door vergelijkbare eigenschappen. Beta-sitosterol vermindert de omzetting van testosteron in dihydrotestosteron (DHT), zo kan testosteron in het lichaam vrij circuleren. Tevens heeft beta-sitosterol een anti-oestrogeen werking. Beta-sitosterol verhoogt niet alleen de testosteronspiegel maar vermindert ook de kans op hart- en vaatziekten, is gunstig voor de prostaat, ondersteunt een gezond cholesterolgehalte en in sommige gevallen kan het haaruitval voorkomen.
Cordyceps bevordert de aanmaak van testosteron (in de cellen van Leydig in de testikels bij de man), bevordert het libido, verbetert de functie van de geslachtsorganen.
Creatine het is relatief moeilijk om grotere hoeveelheden creatine in de spieren te krijgen, maar eenmaal in de spieren opgenomen hoeveelheid creatine gaat niet zo gemakkelijk meer weg (halfwaardetijd van 4 tot 6 weken). De beste manier om zo veel mogelijk creatine de cel in te krijgen, blijkt het aanbieden van grote hoeveelheden creatine in korte tijd. Hierbij begint men gedurende 5 dagen met dagelijks 20 gr creatine, verdeeld over 4 doses van 5 gr. Daarna gedurende 5 dagen een dagdosering van 8 gr gevolgd door een onderhoudsperiode, waarbij 2 tot 3 gr per dag voldoende is om de al hoge creatinevoorraden in de spieren op peil te houden.  Een studie wees op een meer dan 50% toename van het dihydrotestosteron na 7 dagen creatine loading met 25 gr per dag. Dihydrotestosteron is de meest actieve vorm van testosteron en sterk betrokken bij het herstel en spieropbouw.
DIM (diindolylmethaan) een inhoudsstof uit bijvoorbeeld broccoli, breng de hormoonspiegels in balans, vermindert de omzetting van testosteron in oestrogeen. DIM helpt de lever om oestrogeen te verwerken en zet het oestrogeen om in een onschadelijke vorm.
Fenegriek kan symptomen verlichten van de mannelijke menopauze (andropauze). Fenegriek verbetert de hormonale werking hormoonwerking, verbetert het seksueel functioneren. Fenegriek stimukeert een frequentere ochtenderectie. De testosteronspiegel neemt toe onder invloed bij inname van fenegriek supplementen.
Fostatidylserine verbetert de hormonale respons van het lichaam op training (verlaagt de cortisolspiegel en verhoogt de testosteronspiegel bij inspanning).
Koreaanse ginseng normaliseert de hormoonbalans, bevordert de vrijstelling van androgene hormonen/testosteron bij de man en bevordert de geslachtsdrift.
Mucuna pruriens verhoogt de neurotransmitter dopamine, deze is belangrijk voor de seksualiteit, suppletie met mucuna-extract heeft een positieve invloed op het libido, mede door activering van de dopaminerge neurotransmissie en verhoging van de testosteronspiegel.
Vitamine D3 heeft een anti-oestrogenen werking waar nodig is, de meeste mensen hebben een collectief tekort aan vitamine D in hun bloed.
Zink is een belangrijk mineraal waar veel mensen een tekort van hebben. Zink heeft een anti-aromatase werking en kan het enzym blokkeren dat testosteron omzet naar oestrogeen. Een tekort aan zink kan de activiteit van oestrogeen verdubbelen.

Testosteron is het belangrijkste hormoon voor de man, het is niet alleen een anabool hormoon maar is ook verantwoordelijk voor de voortplanting. Testosteron zorgt voor een gezond libido en voor een goede kwaliteit van de erecties. Als er onvoldoende productie van testosteron is, als gevolg van stoornissen in het reguleringsmechanisme, wat vaak voorkomt bij stress, ongezond voedingspatroon en onvoldoende slaap in combinatie met ongezonde voeding of wanneer er bij het productieproces van testosteron zelf een probleem is, wat vaker voorkomt bij mannen op gevorderde leeftijd, kunnen er energieproblemen ontstaan. Je zult je dan constant moe voelen en je voelt je voortdurend lusteloos en depressief. Je gaat meer conflicten uit de weg omdat je angstiger wordt, je gedrag wordt aarzelend en de creativiteit vermindert, je voelt je niet meer gemotiveerd, je spierkracht kan afnemen, je kunt mogelijk zwaarlijvig worden, je libido vermindert en de kwaliteit van de erecties neemt af.
Testosteron zorgt voor:
  • Voor een constante energie
  • Uithoudingsvermogen
  • Extra adem en tonus
  • Helpt de kleine, ongewisse dingen in het leven te relativeren
  • Geeft kracht bij stresssituaties
  • Zorgt voor meer agressie
  • Zorgt voor mentale wendbaarheid
  • Zorgt voor een goed humeur
  • Stimuleert het seksuele verlangen
  • Zorgt voor een gespierde lichaam
  • Verstevigt het figuur
  • Neemt vet weg (ook cellulitis)
  • Maakt de huid tonischer, strakker
  • Maakt de slijmvlies van de ogen en de mond vochtig
  • Testosteron (vooral dihydrotestosteron) maken een erectie mogelijk
Volgende symptomen kunnen voorkomen bij een tekort aan testosteron:
  • Slappere wangen
  • Een bleke gelaatskleur
  • Droge ogen; Een strakke blik
  • Kleine rimpels rond de mond, wangen en in de ooghoeken
  • Weinig of geen baardgroei (bij mannen)
  • Een slap voorkomen zoals: een kromme rug, slappe buik, dikke heupen
  • Verlies of gebrek aan haar op borst en buik (bij mannen)
  • Een slappe penis, soms met verhardingen (symptomen van een fibrose die tot een verkromming van de penis in erectie kan lijden)
  • Te grote en te weke voorhuid
  • De testes week en/of klein
  • De prostaat, groot, week, onregelmatig en/of ontstoken
  • Aanhoudende vermoeidheid
  • Neiging tot depressiviteit
  • Verlies aan zelfvertrouwen
  • Gebrek aan lef
  • Overdreven gevoeligheid
  • Angst
  • Onrustig slapen
  • Black-outs
  • Gebrek aan creativiteit
  • Ongewild starre houding bij confrontaties en beslissingen
  • Opvliegers
  • Niet zo veel zin meer in seks
  • Zwakkere erectie en zaadlozing
  • Gebrek aan gevoel in de clitoris
Volgende symptomen kunnen voorkomen bij een teveel aan testosteron:

Meer kans op overlijden bij vitamine D-tekort?

Een Deens onderzoek dat werd gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift British Medical Journal toonde aan dat vitamine D-tekorten schadelijk kan zijn. Het verhoogt het sterftecijfer met 30 %. Volgens de Deense Gezondheids- en geneesmiddelenautoriteit is een vitamine D-gehalte van ten minste 50 nanomol per liter bloed aanbevolen. Dit onderzoek toont aan dat een persoon met een vitamine D-gehalte van slechts 30 nanomol per liter, 40 % meer kans heeft om aan kanker te overlijden dan iemand die wel het aanbevolen niveau heeft. Het totale sterftecijfer over alle lage niveaus ligt 30 % hoger.
Volgens Professor Nordestgaard heeft men in deze studie voor het eerst een oorzakelijk verband tussen een tekort aan vitamine D en een verhoogde sterftecijfer aangetoond. Via een speciaal genetisch onderzoek onder 96.000 Denen (een langlopende studie naar de gezondheid en sterfte van een grote groep personen in een bepaalde leeftijdscategorie) konden de onderzoekers van het Herlev Hospital en de Universiteit van Kopenhagen dit oorzakelijk verband aantonen. In de conclusies van dit onderzoek is gecorrigeerd voor factoren als roken, alcoholgebruik, gewicht, bloeddruk en bewegingspatroon. Voorts is bij 30.000 van de deelnemers aan de studie het vitamine D-gehalte bepaald. Alle deelnemers zijn gedurende een periode van maximaal 19 jaar gevolgd.

Eerdere studies waarin artsen alleen grote populatiegroepen bestudeerden, hebben aangetoond dat mensen met een laag vitamine D-gehalte vaak sneller overlijden. Wetenschappers hebben hiervoor echter nooit een oorzaak-gevolgrelatie kunnen vaststellen. Is de verhoogde sterftecijfer het gevolg van ziekten die lage vitamine D-gehalten veroorzaken? Of veroorzaken de lage vitamine D-gehalten ziekten die vroegtijdige sterfte tot gevolg hebben? Of is er een andere mogelijkheid; zijn het aspecten zoals te veel roken, ongezonde eetgewoonten, gebrek aan beweging en zonlicht die deze ziekten, de vroegtijdige sterfte en de lagere vitamine D-gehalten veroorzaken?


Hoeveel vitamine D we nodig hebben en waarvan deze afkomstig moeten zijn, is nog altijd een vraagteken.  Hoewel het voor de hand liggend lijkt, weten we niet of supplementen de ideale oplossing zijn. Ons onderzoek bewijst alleen dat een laag vitamine D-gehalte op zich gevaarlijk is. Verder onderzoek zal moeten aantonen hoe we dat probleem het beste kunnen aanpakken. Maar er is wel aangetoond dat mensen die genetisch bepaald voldoende vitamine D in hun bloed hebben, langer leven.

De zon is onze belangrijkste bron van vitamine D, maar ook uit vette vis, eieren, vlees en zuivelproducten kunnen we een bepaalde hoeveelheid van deze vitamine halen. Verder is vitamine D verkrijgbaar in de vorm van voedingssupplementen.
Het gebruik van vitamine D supplementen wordt geadviseert voor personen ouder dan 70 jaar, zwangere vrouwen, kinderen tot 2 jaar, mensen die te weinig aan zonlicht worden blootgesteld (de meeste onder ons) en mensen met een donkere huidskleur.
Vitamine D3

De stof sulforafaan in broccoli en uw gezondheid

Het is geen groot nieuws meer dat broccoli gezond is. Maar broccoli bevat naast de nodige vezels, mineralen en vitaminen nog een stof sulforafaan-glucosinolaat (SGS). Het is een zwavelbevattende stofje dat aan broccoli het doordringende aroma en de wat bittere smaak geeft, het bestanddeel waar sommige mensen hun neus voor ophalen. Na het consumeren van broccoli levert SGS, sulforafaan aan ons lichaam. Sulforafaan brengt de beschermende mechanismen in ons lichaam op gang. Aan de de Johns Hopkins University Baltimore onderzochten wetenschappers de antioxidantactiviteit van sulforafaan, vooral vanwege het kankerbeschermende effect.
Onderzoek heeft aangetoond dat het afzonderen van de stof sulforafaan geen goede optie is, omdat deze molecule niet stabiel is en snel verloren gaat. De oplossing is een volledig broccoli-extract. Maar dan moet wel een bepaalde eiwit en een enzym in broccoli geneutraliseerd worden.

Rauwe broccoli bevat een eiwit (epithiospecifier protein) en een enzym (myrosinase) die tijdens het kauwen 60 tot 80 % van het stof SGS omzetten naar sulforafaannitril, een afbraakstof van sulforafaan, dat helemaal niet beschermt tegen kanker. Deze eiwitten moeten vernietigd worden om de voordelen van sulforafaan te genieten. Dit kan door broccoli te verhitten, eiwitten gaan kapot bij hoge temperaturen. Het beste is om broccoli te stomen of te wokken en niet zozeer te koken, tenzij u het kookwater gebruikt. Want SGS lekt namelijk gemakkelijk naar het kookwater.


Na consumptie van broccoli zal SGS door bacteriën in de dikke darm (darmflora) omgezet worden in sulforafaan. Gemiddeld mag u 30 mg SGS per 250 gram warm bereide broccoli verwachten, maar soms zit er geen SGS in de broccoli die u koopt. De ene broccoli is de andere niet, SGS gehaltes in broccoli kunnen sterk variëren. Daarom was het noodzakelijk om een werkzame en een stabiel broccoli-supplement te ontwikkelen die altijd dezelfde SGS-waarde bevat en zonder bepaalde eiwitten die SGS omzetting verhinderen naar sulforafaan. Nog een voordeel van een broccolipil is dat je niet elke dag minstens 250 gram broccoli hoeft te eten om de gezonde voordelen van te ondervinden.
Broccoli-extract
Zie ook:
Broccoli (Brassica Italica)
DIM (diindolylmethaan)
Voedingstekorten
Waarom voedingssupplementen?

Bloedgroepen

Mensen hebben niet hetzelfde bloed. De indeling van het bloed in groepen die identieke kenmerken vertonen, is van essentieel belang om compatibiliteit tussen donoren en bloedontvangers tijdens bloedtransfusies te garanderen.

Het bloed bestaat uit een vloeibaar gedeelte (plasma) en uit cellen (rode en witte bloedlichaampjes en de bloedplaatjes). Op de oppervlakte van deze cellen (vooral op de rode bloedcellen) bevinden zich stoffen, antigenen genoemd. Het is de taak van antigenen om te reageren indien vreemde elementen het organisme binnendringen. Dit doen ze door antilichamen te vormen; dit proces noemt men immuunreactie. De antigenen verschillen van mens tot mens. Een patiënt die men een bloedtransfusie geeft met antigenen die hijzelf niet bezit, reageert hierop door antilichamen te vormen tegen dit antigeen. De transfusie is dan ondoeltreffend (de rode bloedlichaampjes die via de transfusie overgebracht werden, worden vernietigd door het serum van de ontvanger) of ze kan de vernietiging van de rode bloedlichaampjes van de ontvanger met zich meebrengen met vaak ernstige gevolgen:
  • Koorts
  • Nierinffuciëntie
  • Shocktoestand
Daarom zal men, voor elke transfusie nagaan welke antigenen in het bloed van de patiënt aanwezig zijn zodat men compatibel bloed kan geven. Er bestaan talloze soorten antigenen ( een twintigtal voor de rode bloedlichaampjes alleen al). De verschillende antigenen die tot eenzelfde soort behoren, vormen een bloedgroep. Er bestaan dus talrijke bloedgroepen, maar niet elke bloedgroep is even belangrijk bij een bloedtransfusie. Compatibiliteit binnen dezelfde groep moet alleen maar dwingend gerespecteerd worden voor 2 soorten antigenen, het ABO-systeem en de Rhesusfactor.

Het ABO-systeem:
Dit systeem werd in 1900 ontdekt door de Duitse arts Karl Landsteiner. Door bloed van verschillende personen te vermengen, ontdekte hij dat alleen bepaalde mengsels mogelijk waren bij een bloedtransfusie. Hij ontdekte zo 2 antigenen op de oppervlakte van rode bloedlichamen en noemde die A en B. Naargelang het bloed van een persoon het ene of het andere, beide of geen enkele van die antigenen bevatte, klasseerde hij ze in de groep A, B, AB of O. Bovendien ontdekte hij dat het bloed antilichamen bevat die verschillen naargelang men tot de ene of andere groep behoort: de personen van groep B hebben antilichamen tegen A, die van groep A hebben antilichamen tegen B en die van groep O hebben antilichamen tegen zowel A als B. De personen van groep O, die bloed kunnen geven aan personen van alle andere groepen (maar die zelf alleen maar bloed kunnen ontvangen van groep O), noemt men universele donoren, personen uit de groep AB, die bloed van eender welke groep kunnen ontvangen, zijn universele dragers.

Het ABO-systeem: bepaling van de bloedgroep uit een bloedstaal van de patiënt
worden gemengd met serumtesten; de reacties die verkregen worden, laten toe
de bloedgroep te bepalen


De Rhesusfactor:
  • De rhesusfactor werd in 1940 door dezelfde arts ontdekt. Deze factor geeft aanvullende informatie bij de classificatie door het ABo-systeem. De Rhesusfactor is genoemd naar een aap uit Zuidoost-Azië, waarop Landsteiner zijn experimenten uitvoerde. Deze factor wordt gekenmerkt door talloze antigenen waarvan er 5 (D, C, c, E en e) echt belangrijk zijn, omdat ze in staat zijn om de aanmaak van antilichamen met zich mee te brengen wanneer ze worden overgebracht naar een patiënt die niet over het overeenstemmende antigeen beschikt. Een persoon die het antigeen D heeft, wordt Rhesuspositief (Rh+) genoemd, een persoon die dit antigeen niet heeft, Rhesusnegatief (Rh-). De rode bloed lichaampjes zijn bovendien ook dragers van de antigenen C, E, c en e, verschillende geassocieerd volgens genetische wetten: een bloedlichaam dat geen drager is van het C-antigeen, is noodzakelijkerwijze drager van het c-antigeen en omgkeerd. Hetzelfde geldt ook voor de antigenen E en e. Wanneer een Rh- moeder zwanger is van een Rh+ kind, leidt het contact tussen haar bloed en dat van het kind tot de vorming van anti-Rhesus-antilichamen bij de moeder. Dit contact komt gewoonlijk slechts tot stand tijdens de bevalling. Maar indien deze vrouw een tweede Rh+ kind verwacht, bestaat het risico dat haar anti-Rhesus-antilichamen de rode bloedcellen van de foetus vernietigen, waardoor deze een ernstige vorm van anemie kan oplopen, de hemolytische anemie van de pasgeborene. Vandaag worden zwangere vrouwen onderworpen aan een bloedonderzoek bij het begin van de zwangerschap om na te gaan of ze Rh- zijn. In dat geval, na de bevalling en indien hun kind Rh+ is, zal men haar een stof inspuiten die de vorming van anti-Rhesus-antilichamen verhindert. Vandaar dat hemolytische anemie aan het verdwijnen is
  • Er bestaan nog andere groepen, bepaald door verschillende antigenen die aanwezig zijn aan het oppervlak van de rode bloedlichamen. Het Kell-Cellano-systeem is het belangrijkste wat bloedtransfusie betreft. Men spoort de antilichamen van dit systeem op bij zwangere vrouwen en bij personen die al meerdere malen een transfusie hebben ondergaan. Andere classificaties hebben betrekking op andere bloedcellen: er bestaan antigenen die eigen zijn aan bloedplaatjes (voornamelijk PLA1 en PLA2), maar die weinig belang hebben bij een bloedtransfusie. Ten slotte berust HLA systeem (Human Leucocyte Antigen) op de classificatie van antigenen die voorkomen op bloedcellen, met uitzondering van de rode bloedlichamen; ze zijn van belang bij een transfusie en er wordt ook rekening mee gehouden bij transplantatie van beendermerg of organen

De grondlegger van het bloedgroepdieet is Peter J. D’Adamo.
Hij ontdekte in de vijftiger jaren van de vorige eeuw dat sommige patiënten vegetarische en vetarme kost bijzonder goed verdroegen, maar anderen juist helemaal niet. Een mogelijke verklaring hiervoor vermoedde hij in het bloed van de mensen. Na jarenlange ondervragingen en onderzoeken van patiënten kwam hij tot de conclusie dat een dieet altijd iets heel individueels is en dat de bloedgroep ook mee beslist over welke levensmiddelen goed worden verdragen en welke minder goed. Zo ontwikkelde hij het bloedgroepdieet. De bloedgroepenvoeding is een gevarieerde voeding. De maaltijden zijn volwaardig. Bij een gezonde voeding speelt de kwaliteit van de levensmiddelen een grote rol.

Bloedgroep O:

Bloedgroep 0 is historisch gezien de oudste en meest voorkomende bloedgroep ter wereld. Het is de bloedgroep van de jagers en verzamelaars van weleer, die vleeseters waren. Dat betekent echter niet dat mensen met bloedgroep 0 elke dag grote hoeveelheden vlees moeten eten. Maar het is een feit dat ze meer kunnen presteren wanneer ze 4 tot 6 maal per week een kleinere hoeveelheid van ca. 120 gr. vlees of vis op het menu zetten. Voor bloedgroep 0 is regelmatige lichaamsbeweging echter ook bijzonder belangrijk
Bloedgroep A:
Vanuit bloedgroep 0 ontwikkelde zich bloedgroep A, als reactie op de levenswijze van de mensen, die steeds meer begonnen voorraden aan te leggen en voedingsmiddelen zelf te produceren (landbouw, boeren). Het immuunsysteem en het spijsverteringssysteem pasten zich aan de nu overwegend plantaardige voeding aan. Mensen met bloedgroep A verdragen een overwegend plantaardige voeding.
Bloedgroep B:
Vanuit de vaste akkerbouwgemeenschappen ontwikkelde zich de nomade, de mens met bloedgroep B. Volkrijke stammen trokken door de vaak onvruchtbare verre gebieden. Ze voedden zich met vlees en melkproducten van hun kuddes en met al het eetbare dat ze tijdens hun trektochten tegenkwamen.
Bloedgroep AB:
Ongeveer 1000 tot 1500 jaar geleden ontwikkelde zich de tegenwoordige zelden voorkomende bloedgroep AB. Het AB-type is een nakomeling uit een verbintenis tussen mensen met bloedgroep A en die met bloedgroep B. Een mens met bloedgroep AB heeft de meest sterke en zwakke punten van de types A en B in zich verenigd
Iedereen kan en moet het liefst de adviezen van de bloedgroepentheorie voor zichzelf testen. Dat gaat het gemakkelijkst als u gedurende 2 tot 3 weken bij voorkeur levensmiddelen gebruikt die worden aanbevolen voor een bepaalde bloedgroep. Na deze proeftijd beoordeelt u uw persoonlijk welzijn en eventuele veranderingen ten opzichte van de tijd voordat u uw voeding wijzigde. Als u daarna terugkeert naar uw oude voedingspatroon dan zou u een verschil moeten kunnen vaststellen in hoe u zich voelt. Het verschil is natuurlijk des te groter naarmate uw normale voeding meer afwijkt van de volgens de bloedgroepentheorie meest geschikte voeding.

Zie ook:
Bloedarmoede (anemie)
Bloedsomloop (info)
Bloedsomloop (problemen met)
Witte bloedcellen (te weinig)