Het skelet

Het skelet is het geheel van beenderen dat zorgt voor de stevigheid van het menselijk lichaam, dat de organen beschermt en het lichaam in vorm houdt dankzij de gewrichten en de spieren die eraan vastzitten. Het aantal beenderen van het skelet van een volwassene varieert van persoon tot persoon, maar bedraagt gemiddeld 206 beenderen. Een pasgeborene heeft ongeveer 350 beenderen waarvan een aantal (met name die van de schedel) geleidelijk samensmelten. Het skelet bestaat uit 2 belangrijke delen: de beenderen van de schedel, de ribben, de ruggengraat (wervelkolom) en het borstbeen vormen het skelet van de romp; de beenderen van de armen en benen, de schouderbladen, de sleutelbeenderen en de heupen vormen het skelet van de ledematen.


Het skelet van de romp:
Dit bestaat uit 80 beenderen
  • De schedel: dit is het skelet van het hoofd. Het bestaat uit 2 reeksen beenderen. De 8 beenderen die de hersenen beschermen, vormen de hersenschedel. De 14 andere beenderen vormen de aangezichtsschedel. De bochtige lijnen aan de oppervlakte van de schedel zijn de voegen tussen de beenderen: de schedelnaden of sutures. Bij de geboorte zijn ze soepel zodat de beenderen kunnen groeien, daarna smelten ze samen en worden ze onbuigzaam. Het been van de onderkaak, het enige beweegbare deel van de schedel, scharniert met het slaapbeen waardoor we kunnen kauwen en spreken. De andere beenderen zijn onbeweeglijk en samengegroeid. De kleine beenderen (gehoorbeentjes) van het middenoor behoren iet tot de schedel. Zij brengen geluidstrillingen over van het trommelvlies naar het binnenoor.
  • De wervelkolom: de wervelkolom loopt van de schedelbasis tot aan het bekken en bestaat uit 33 wervels: 7 halswervels, 12 borstwervels, 5 lendenwervels, 5 heiligbeenwervels en 4 staartbeenwervels. ZE worden onderling gescheiden door de tussenwervelschijven. Deze schijven bevinden zich de één boven de ander en kunnen scharnieren. Ze zorgen enerzijds voor de stevigheid van het skelet en anderzijds voor de beweeglijkheid van de wervelkolom. De schijven fungeren als kussentjes tussen de wervels, ze vangen de druk op bij elke beweging van de wervelkolom, vooral tijdens inspanningen.
  • De borstkas: de borstkas begint aan de basis van de nek en loopt door tot het middenrif. Ze bestaat uit 12 paar ribben en het borstbeen. De bovenste 7 paar ribben staan rechtstreeks met het borstbeen in verbinding. De 3 volgende paren (de valse ribben) komen vooraan samen en zijn verbonden met de 7de rib. De laatste 2 paren hebben helemaal geen verbinding met het borstbeen en worden daarom zwevende ribben genoemd.
Het skelet van de ledematen:
De bovenste en de onderste ledematen zitten aan de romp vast met de schouder en de heup
  • De schouder: wordt achteraan gevormd door het schouderblad en vooraan door het sleutelbeen. Het schouderblad is een driehoekig been met een afgeronde uitholling waarin de kop van het opperarmbeen scharniert. De voorkant van het sleutelbeen is verbonden met het borstbeen, aan de buitenkant zit het vast aan het schouderblad. Zo is de opbouw van de schouder dus volledig.
  • De heup: wordt gevormd door de 2 beenderen van het bekken (de darmbeenderen) die achteraan verbonden zijn met het heiligbeen en vooraan met het gebied van het schaambeen. Aan elke zijde zorgen afgeronde uithollingen voor de scharniering met de kop van het dijbeen: zo kunnen we de heup bewegen.
  • De bovenste ledematen: elke bovenste ledemaat bestaat uit 32 beenderen: de 2 beenderen van de schouder, het opperarmbeen, de 2 beenderen van de voorarm (spaakbeen en elleboog), de 8 beenderen van de pols (handwortelbeenderen), de 5 beenderen van de handpalm (middenhandsbeenderen) en de 14 beenderen van de vingers (2 voor de duim en 1 voor elk van de 3 vingerkootjes van de 4 andere vingers).
  • De onderste ledematen: elke onderste ledemaat bestaat uit 30 beenderen: het dijbeen, verbonden met de darmbeenderen, de 2 beenderen van het been (scheenbeen en kuitbeen), de knieschijf, de 7 beenderen van de enkel; de 5 beenderen van de voet en de 14 beenderen van de kootjes van de tenen.
Zie ook: