Bloedsomloop

De bloedsomloop zorgt voor de circulatie en de verdeling van het bloed over het ganse lichaam. Hierdoor worden de cellen van zuurstof voorzien en de afvalstoffen afgevoerd. De bloedsomloop bevat een pomp (het hart) en een zeer dicht netwerk van bloedvaten (slagaders, aders, lymfevaten) die het lichaam bevloeien. De doorsnede van de bloedvaten gaat in dalende lijn van het hart (grote vaten) tot de uiteinden van het lichaam (arteriën, venen, capillairen).

Het hart:
Bestaat uit 4 holle ruimtes (2 boezems en 2 kamers) en weegt tussen 250 en 300 gram. Het wordt in 2 helften verdeeld door hermetische tussenschotten waardoor een rechterhart en een linkerhart ontstaat. De hartwand bestaat uit 3 lagen, van binnen naarbuiten:
  1. Het endocardium: dat de binnenkant van de hartholtes bekleedt en de buitenkant van de kleppen.
  2. De hartspier (myocardium): die uit spierweefsel bestaat.
  3. Het epicardium: dat de buitenkant van het hart bekleedt en het pericardium, het zakje waarin het hart zich bevindt.
De bloedvaten:
  • De arteriën (slagaders): het bloed verlaat het hart via de slagaders. Die brengen het zuurstofrijke bloed van het hart naar de organen en sturen het zuurstofarme bloed van het hart naar de longen. De doorsnede ervan gaat in dalende lijn van de aorta en de longslagader naar de arteriolen toe
  • De venen (aders): zij moeten het bloed naar het hart brengen. De 2 holle aders brengen zuurstofarm bloed uit het hele lichaam naar het hart. De 4 longaders brengen het zuurstofrijke bloed uit de longen terug naar het hart. De doorsnede ervan vergroot van de adertjes naar de holle aders toe
  • De capillairen (haarvaten): ze liggen tussen het slagadernetwerk en het adernetwerk en laten uitwisseling toe tussen het bloed en de cellen, tussen het bloed en de lucht. Dit gebeurt ter hoogte van de longblaasjes
Soorten bloedsomlopen:
De bloedsomloop vervoert zuurstof en stoffen die onmisbaar zijn voor een goede werking van de weefsels en zorgt ook voor het afvoeren van de afvalstoffen (vooral koolzuurgas).
De grote bloedsomloop (lichaamscirculatie):
  • Ze voorziet gans het lichaam van bloed, met uitzondering van de longen en heeft speciale kenmerken naar gelang de weefsels die ze bevloeit (de bloedsomloop van de hersenen, van de nieren, van het spijsverteringsstelsel).
De kleine bloedsomloop (longcirculatie):
  • Ze verwijdert het koolzuurgas en verrijkt het bloed opnieuw met zuurstof in de longen.
Plaatselijke bloedsomloop: 
  • De bloedsomloop van de hersenen: wordt verzekerd door 4 hersenslagaders (2 slagaders vooraan in de hals en 2 wervelslagaders, achteraan) die samenkomen aan de basis van de hersenen. Het bloed uit de aders wordt vervolgens door de grote halsaders naat het hart gevoerd.
  • De bloedsomloop van het hart: 2 slagaders zijn verantwoordelijk voor de zuurstofvoorziening van het hart: de rechterkransslagader en de linkerkransslagader en de zijtakken daarvan.
  • De bloedsomloop van de nieren: wordt verzekerd door de 2 nierslagaders die het bloed van de aorta naar de nieren brengen.
Het nemen van de bloeddruk:
Dit gebeurt met behulp van een bloeddrukmeter. Dit apparaat bestaat uit een opblaasbare manchet die rond de bovenarm van de patiënt wordt gewikkeld, een rubberen peer waarmee de manchet wordt opgeblazen en een afleessysteem. De druk die wordt gemeten, is de druk van het bloed in de slagaders: ze wordt uitgedrukt in kwikmillimeters (mmHg) en bestaat steeds uit 2 cijfers. De normale bloeddruk bij een volwassene is 130/80 mmHg (druk van 13/8); de bloeddruk verhoogt met de leeftijd, maar zou 140/90 mmHg (druk 14/9) niet mogen overschrijden. Anders spreekt men van arteriële hypertensie of hoge bloeddruk.

Controle van de bloedsomloop:
De bloedsomloop wordt voortdurend nauwkeurig afgeregeld. Ze staat onder controle van het zenuwstelsel en het hormoonstelsel.
  • Bloedsomloop en het zenuwstelsel: het hart heeft een dubbele innervatie: enerzijds de hartstimulerende sympathische zenuw en anderzijds de hartmatigende parasympathische zenuw.
  • Bloedsomloop en het hormoonstelsel: er zijn minstens 2 organen betrokken bij de regeling. De nieren scheiden renine af dat bijdraagt tot het in stand houden van de druk in de slagaders en de klier van het bijniermerg produceert stoffen die de overbrenging van zenuwimpulsen bevorderen (adrenaline, een stof die het hart kan stimuleren).
Aanpassingen van de bloedsomloop:
Door de grote aanpassingsmogelijkheden van het hart en de variatiemogelijkheden in de doorsnede van de bloedvaten (vasomotriciteit) kan de bloedsomloop zowel efficiënt reageren op een toestand van rust als op inspanning, warmte en stress.

Zie ook:
Bloedgroepen
Bloedsomloop (problemen met)
Hart
Huid
Gewrichten
Skelet
Spieren