Huid

De huid omsluit het lichaam en schermt de interne organen af van de buitenwereld. Het is een levende stof met een complexe structuur die zichzelf voortdurend vernieuwt. De huid is het grootste orgaan van ons lichaam: de huid vertegenwoordigt 10% van ons gewicht en indien we de huid zouden uitrekken, zou deze een oppervlakte hebben van ongeveer 1,5 tot 2 m² in beslag nemen (bij volwassenen).

De huid is tegelijkertijd sterk, ondoordringbaar, soepel en is niet overal even dik: op de oogleden meet de huid nauwelijks 0,5 millimeter, ongeveer 4 millimeter op de handpalmen en op de voetzolen nog meer. Gemiddeld is de huid iets dikker bij de man dan bij de vrouw en wordt dunner naarmate we ouder worden. De kleur van de huid wordt bepaald door een groep donkere huidcellen, melanine. De hoeveelheid melanine is genetisch bepaald en hangt ook af hoeveel de huid aan de zon blootgesteld wordt. De oppervlakte van de huid bestaat uit afgestorven cellen die een sterke en ondoordringbare laag vormen. Dit is de hoornlaag die een beschermende barrière vormt tussen het organisme en de buitenwereld. Deze barrière is ook heel doeltreffend om het verlies van water door verdamping te beperken en ze maakt het lichaam ondoordringbaar. De oppervlakte van de huid is bedekt met talrijke minuscule openingen (ongeveer 2.000.000), de poriën; zij voeren het zweet af dat door de zweetklieren wordt geproduceerd. Andere, grotere openingen zijn de talgklieren waardoor de lichaamsharen en hoofdharen naar buiten komen. De talg die door de talgklieren wordt geproduceerd, wordt via deze openingen afgescheiden.

De talgklieren:
Bevinden zich in de lederhuid. Ze zijn overal op de huid aanwezig, behalve op de handpalmen en de voetzolen. Het meest overvloedig vinden we de talgklieren op de hoofdhuid, het gezicht en de rug. Ze scheiden talg (sebum) af, een vettige stof die een essentiële rol speelt bij het smeren van de huid om ze soepel te houden en haar te beschermen tegen bepaalde ziekteverwekkers, zoals bacteriën, schimmels,...

  • De opperhuid (epidernis): versterkt de beschermende rol van de huid, vooral tegen water, fysieke en chemische aantastingen. Dit weefsel bestaat uit 3 soorten cellen. het overgrote deel zijn keratinocyten, dit zijn naast elkaar gelegen cellen die laagjes vormen en keratine produceren. Keratine is een complex van sterke proteïnes die de hoornlaag van de huid vormen. De keratinocyten hebben een erg bijzondere levenscyclus: ze worden gevormd in de diepste lagen van de opperhuid en verplaatsen zich geleidelijk naar de oppervlakte terwijl ze ondertussen keratine afscheiden en opnemen. Vervolgens verdrogen ze en vormen dan de hoornlaag. De keratine aan de oppervlakte schilfert af in 3 fijne laagjes om zo plaats te maken voor de keratine die onderaan wordt gevormd. Hierdoor wordt de bovenste hoornlaag constant vernieuwd. De melanocyten, andere cellen die in de diepste laag van de opperhuid worden gevormd, spelen ook een belangrijke rol. Ze scheiden melanines af, bruine pigmentstoffen die de kleur van huid, hoofdharen en lichaamsharen bepalen. Onder invloed van ultraviolet stralen uit het zonlicht wordt melanine meer of minder overvloedig geproduceerd en beschermt daardoor de huid tegen de schadelijke zonnestralen door ze te laten bruinen. Een derde soort cellen, die de opperhuid vormen, zijn de cellen van Langerhans die ons beschermen tegen infecties. Ze liggen verspreid tussen keratinocyten en zijn in staat om vreemde stoffen en micro-organismen die door de huid dringen, op te nemen en te vernietigen.
  • De lederhuid (dernis): is de middelste laag van de huid. De lederhuid zorgt voor stevigheid en weerstand dankzij de collageenweefsels en voor soepelheid dankzij de elastineweefsels. Bovendien beschermt de lederhuid, onderhuidse gebieden tegen mechanische invloeden. In de lederhuid bevinden zich ook de sensorische zenuwuiteinden die de ontvangen informatie doorgeven aan de ganse huid (gevoel van aanraken, pijn, temperatuur,...), evenals de bloedvaten die de opperhuid voeden en de temperatuur van het lichaam regelen.
  • De onderhuids bindweefsel (hypodernis): wordt gevormd door vetweefsel. Ze wordt doorsneden door bloedvaten en bevat de zweetafscheidende klieren (zweetklieren) en de wortels van de langste haren.

Lichaamsharen en hoofdharen:
Ontstaan in de lederhuid. ze vormen rond de wortel een omhulsel: de haarfollikel of het haarzakje. Vervolgens doorkruisen ze de opperhuid en komen dan uit de huid te voorschijn via de poriën. Bij het haar hoort meestal een talgkliertje. Het zichtbare deel van het haar is de schacht.


Nagels:
Bestaan uit verschillende lagen erg harde keratine. Ze rusten op de diepe huid en zijn omgeven door een huidplooi die de binnenste gebieden hermetisch afschermt.

Zweetklieren:
Zijn erg talrijk, vooral op de handpalmen, de voetzolen en de behaarde delen. Ze bevinden zich in de lederhuid en worden gevormd door een bolletje waaruit het zweet wordt afgescheiden en een recht kanaaltje dat het zweet naar de oppervlakte brengt via de porie. Deze klieren regelen de lichaamstemperatuur en houden de huid vochtig.

Zie ook: