Colitis ulcerosa

Voedingssupplementen die ondersteunend werken bij colitis:
  • L-glutamine herstelt het darmslijmvlies, glutamine heeft een belangrijke preventieve functie voor de ontwikkeling van ziektebeelden zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. Glutamine voorkomt geheel de vorming van littekenweefsel. Littekenweefsel is een onomkeerbaar gevolg van de darmontstekingen en kan leiden tot vernauwingen en functieverlies van de darm.
  • Probiotica chronische darmontstekingen zoals de ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa, gaan gepaard met ontstekingen. Eén van de eigenschappen van probiotica is dat ze ontstekingen kunnen verminderen door de weerstand (via het immuunsysteem) te verhogen.
  • Spijsverteringsenzymen kunnen helpen bij maag- en darmaandoeningen, het voornaamste verteringsenzym is pancreatine. Dit is een mengeling van verschillende enzymen, die bij jonge mensen in voldoende mate door de pancreas wordt geproduceerd. Granen reduceren de absorptie van mineralen, spoorelementen en vitamine B1. Zij blokkeren ook de verteringsenzymen en maken proteïnen onverteerbaar. Tarwe blokkeert eveneens het pancreas enzym lipase en vertraagt de vetvertering.
  • Vitamine B12 een tekort aan vitamine B12, komt veel vaker voor dan over het algemeen wordt aangenomen. Voor een tekort aan vitamine B12 bestaan er verschillende oorzaken: verminderde inname, verstoorde opname, aangeboren storingen in het vitamine B12-transport of metabolisme en verstoorde benutting. Aangezien vitamine B12-tekort zich langzaam en sluipend ontwikkelt, kan het jaren duren voordat symptomen zoals colitis ulcerosa zich ontwikkelen en ernstig worden. Een tekort aan vitamine B12 komt veel voor bij Colitis ulcerosa door een verstoorde opname van de door de verteringsenzymen gesplitste voedingsbestanddelen door de darm.
  • Vitamine D verlaagt de kans op auto-immuunziekten zoals diabetes type 1, reumatoïde artritis, inflammatoire darmziekte (ziekte van Crohn, colitis ulcerosa) en multiple sclerose. Door beïnvloeding van de productie van ontstekingsbevorderende cytokines en de activiteit van regulatoire T-cellen kan vitamine D ontstekingsprocessen verminderen, die centraal staan bij auto-immuunziekten.
Colitis ulcerosa is een chronische darmontsteking van de dikke darm , het colon. De aandoening tast vaak in eerste instantie de endeldarm aan en breidt zich daarna uit over de hele dikke darm. De ontsteking beperkt zich tot het slijmvlies dat de binnenkant van de dikke darm bekleedt en leidt daarbij tot vorming van zweren in deze slijmvlieslaag. De aandoening komt iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen en ontstaat meestal op jongvolwassen of middelbare leeftijd. Buiten de westerse wereld komt colitis ulcerosa bijna niet voor.

Oorzaken:
Colitis ulcerosa is waarschijnlijk een auto-immuunziekte. Dit houdt in dat het afweersysteem zich tegen het eigen lichaam keert. Ons afweersysteem maakt stoffen aan die ziekteverwekkers zoals bacteriën opruimen. Soms worden ook stoffen geproduceerd die eigen lichaamscellen aanvallen. Hoe dat precies in zijn werk gaat, is nog niet duidelijk. Wel kan een maag-darminfectie de overdreven reactie van het immuunsysteem tegen het eigen darmweefsel uitlokken. Ook roken, stress en een ongezond voedingspatroon kunnen een aanval van colitis ulcerosa veroorzaken. De ziekte is niet besmettelijk. Mogelijk spelen erfelijke factoren een rol: in sommige families komt bij meerdere mensen colitis ulcerosa voor.

Symptomen:
Colitis ulcerosa kan geleidelijk beginnen, maar ook vrij plotseling. De eerste aanval van colitis ulcerosa is meestal de ernstigste. Na deze aanval verloopt de ziekte vaak in een golvend patroon met periodes waarin patiënten meer of minder last hebben. De ernst van de symptomen en de frequentie van de aanvallen (ontstekingen) verschillen per patiënt. De een heeft vaker en ernstiger klachten dan de ander. De klachten kunnen soms spontaan (jarenlang) wegblijven om dan opeens weer op te laaien. Andere patiënten hebben echter continu ziekteverschijnselen. De meest voorkomende klachten zijn buikpijn, buikkrampen en diarree, meestal gepaard gaande met bloed en slijm. Door het bloedverlies kan bloedarmoede, en daarmee vermoeidheid, ontstaan. Sommige patiënten kunnen de ontlasting niet goed ophouden en moeten vele malen per dag naar het toilet. Daarnaast kunnen zich verschijnselen voordoen als een slechte eetlust, gewichtsverlies, groeiachterstand bij kinderen en koorts.