Doorgaan naar hoofdcontent

Aconitum napellus (akoniet)

Aconitum napellus d6 (blauwe monnikskap) komt voor in Europa en is een giftige plant. Aconitum napellus wordt bereid uit de verse, aan het begin van de bloei verzamelde plant met wortel.
Persoonsbeeld:
  • Mensen die altijd in een onderhuids gespannen toestand verkeren en daardoor vatbaar zijn voor infecties. Dit openbaart zich door heftige schrik en bij plotselinge temperatuurverschillen (in de winter noordoostenwind met droge vrieskou en in de zomer plotselinge, felle hitte).

Opvallende symptomen:
  • Acuut, plotseling en met grote heftigheid optredende klachten.
  • Plotselinge, snelle, hoog oplopende koortsaanvallen (hoger dan 39,5) met een harde snelle polsslag.
  • Koude rillingen en droge koorts.
  • De huid is heet en droog; het begin van transpiratie vermindert de koorts en laat de temperatuur dalen.
  • Het rode gezicht wordt bleek als men rechtop gaat zitten.
  • Gevolgen van droge kou, koud weer of wind.
  • Gevolgen van schrik, shock en ongeval.
  • Onverdraaglijke pijn.
  • Lichamelijke en geestelijke onrust.
  • Paniek, paniekaanvallen of grote angst tot doodsangst aan toe (ze zeggen dat ze dood gaan) met hartkloppingen en ademnood.
  • Grote dorst met verlangen naar koude dranken.

Erger door:
  • 12 uur ‘s nachts, warmte, koude wind, in kleine ruimtes, mensenmenigten.
Beter door:
  • Frisse lucht, toedekken van de zieke.
Toepassingen:
  • Eerste middel bij acute ziekten en ontstekingen met koorts. Zodra de zieke begint te transpireren stoppen met het innemen van Aconitum napellus. Indien er dan nog koorts aanwezig is, overgaan op Belladonna D6.
Potentie en dosering:
  • Bij acute koorts: Aconitum napellus D6, elk half of heel uur 5 druppels, 1 granule of 1 tablet innemen, totdat de zieke begint te zweten.
Homeopathie A/Z