Enzymen

De meest stabiele en effectieve enzymen zijn die van plantaardige en microbiële oorsprong. Voor een grotere biologische activiteit worden bij voorkeur enzymen van verschillende bronnen gecombineerd.
Ondersteunende werking van enzymen bij de volgende aandoeningen:
Dosering:
  • Bij alle enzympreparaten is een effectieve dosering zeer belangrijk. Helaas is bij vele enzymproducten de exacte dosering ondoorzichtig omdat in veel gevallen de enzymactiviteit ten onrechte in milligrammen wordt uitgedrukt. De hoeveelheid milligrammen van een bepaald enzym zegt niets over de activiteit van dat enzym. Daarom is de enige juiste manier om de potentie van een enzymproduct uit te drukken vermelding van de hoeveelheid enzymen in zogenaamde eenheden (units) die een uitdrukking zijn van de snelheid waarmee dat betreffende enzym substraat omzet . Let bij aankoop van een enzympreparaat daarom op vermelding van afkortingen als bijvoorbeeld GDU, ALU, HUT of SAPU.
  • Het is belangrijk dat de enzymen in fysiek contact komen met het voedsel dat ze moeten helpen verteren. Inname van een enzympreparaat tijdens of vlak na de maaltijd is dus belangrijk. Bij gebruik van capsules kunnen deze eventueel al (kort) voor inname met het voedsel (niet heet) worden vermengd.
Synergisme:
  • Vooral bij exocriene pancreasinsufficiëntie kan er een grote behoefte bestaan aan het mineraal zink en de vetoplosbare vitamine A en vitamine D.
Indicaties:
  • Alvleesklier (pancreas) gestopt met de productie van verteringsenzymen.
  • Spijsverteringsklachten: indigestie, vol gevoel, winderigheid, buikpijn met eventueel misselijkheid, zuurbranden, diarree, obstipatie, vette ontlasting en onverteerde voedselresten.
  • Gestoorde vertering en of opname van voedingsstoffen in de darmen, veranderende samenstelling van de darmflora.
  • Prikkelbare darmsyndroom.
  • Ontgiftingskuren.
  • Diabetes type 1 en type 2.
  • Coeliakie.
  • Lactose-intolerantie.
  • Candida-infectie.
  • Voedselintoleranties, voedselallergieën.
  • Auto-immuniteit.
  • Autisme.
  • Chronische ontsteking van de alvleesklier.
Waarschuwing:
  • Pancreatitis, eerste fase van de acute vorm, Ileus, galblaas-empyeem (etterophoping), galweg-obstructie, leverfunctiestoornissen (ernstige).
  • Er zijn geen bijwerkingen bekend van het oraal gebruik van spijsverteringsenzymen.
  • De meeste medicijnen waaronder ook anti-epileptica, antidepressiva en andere psychofarmaca zijn zo ontwikkeld dat ze ongevoelig zijn voor fysiologische hoeveelheden spijsverteringsenzymen in de dunne darm. Het is derhalve onwaarschijnlijk dat hun werking wordt beïnvloed door inname van orale spijsverteringsenzymen.
  • De spijsvertering, specifiek de eiwitvertering en de opname van vitamine B12 wordt beïnvloed door het gebruik van maagzuurremmers. Antibiotica kunnen door het afdoden van de microbiota de spijsvertering en derhalve de resorptie van nutriënten remmen.
Meer info:
  • Spijsverteringsenzymen zijn zowel noodzakelijk voor een optimale vertering van alle macronutriënten als voor de opname van vetoplosbare vitaminen. Een goede vertering verhoogt de biologische beschikbaarheid van nutriënten, verbetert de voedseltolerantie en remt de vorming van toxinen en andere belastende substanties in het spijsverteringskanaal. Hierdoor verminderen bijbehorende klachten zoals opgeblazenheid, flatulentie, buikpijn, stoelgangproblemen, vermoeidheid en diverse gerelateerde aspecifieke klachten.
  • Het effect van verteringsenzymen kan uitstekend onderzocht worden via het TIM-verterings¬model van TNO ("TNO-Intestinal Model"). Dit dynamische computer gecontroleerde model simuleert de gehele fysiologische voedselvertering in het maagdarmkanaal van de mens en bepaalt diverse verteringsparameters in maag, dunne darm en colon, alsmede de microbiota.
  • De meest stabiele en effectieve enzymen zijn die van plantaardige en microbiële oorsprong. Deze enzymen degraderen niet tijdens de maagpassage en behouden hun werking. Tevens zijn deze enzymen over een veel breder pH-gebied werkzaam, waardoor ze over een langer traject in het maagdarmkanaal actief zijn. Voor een grotere biologische activiteit worden bij voorkeur enzymen van verschillende bronnen gecombineerd. Een dergelijk complex kan verrijkt worden met een aantal andere gespecialiseerde enzymen, zoals maltase, lactase, alfa-galactosidase, invertase en fytase. Een complex voor oraal humaan gebruik is vrij van fungale resten. Het bevat uitsluitend enzymen en heeft geen vervelende penetrante smaak of geur.
Hieronder staan de spijsverteringsenzymen vermeld die goedgekeurd zijn voor humaan gebruik, inclusief de bijbehorende eenheden waarmee de gestandaardiseerde enzymactiviteit wordt uitgedrukt:
  • Protease: of proteolytische enzymen splitsen voedingseiwitten in goed opneembare peptiden en aminozuren. De enzymactiviteit van proteolytische enzymen wordt uitgedrukt in HUT (Hemoglobin Unit; enzymatische hydrolyse van gedenatureerd hemoglobine) of SAPU (Spectrophotometric Acid Protease Units).
  • Papaïne: ;splitst voedingseiwitten in peptiden en aminozuren en heeft tevens zetmeelsplitsende en enigszins vetsplitsende eigenschappen. De enzymactiviteit van papaïne wordt uitgedrukt in NF (National Formulary).
  • Bromelaïne: splitst eveneens voedingseiwitten en ondersteunt evenals papaïne het effect van fungale proteolytische enzymen. Bromelaïne ondersteunt de vertering bij pepsine- en/of trypsinedeficiëntie. De enzymactiviteit van bromelaïne wordt uitgedrukt in GDU (Gelatin Digesting Units).
  • Amylase: breekt complexe suikers (zetmeel) af tot tri-, di- en monosacchariden. De enzymactiviteit van amylase wordt uitgedrukt in DU (Dextrinizing Units).
  • Glucoamylase: oftewel amyloglucosidase breekt eveneens zetmeelachtige koolhydraten af. De enzymactiviteit van glucoamylase wordt uitgedrukt in AGU (Amyloglucosidase Units).
  • Lactase: oftewel bèta-galactosidase splitst het disaccharide lactose in de enkelvoudige suikers galactose en glucose. De enzymactiviteit van lactase wordt uitgedrukt in ALU (Acid Lactase Units).
  • Invertase: splitst het disaccharide sucrose in de enkelvoudige suikers glucose en fructose. De enzymactiviteit van invertase wordt uitgedrukt in SU (Sarett glucose oxidase Units).
  • Alfa-Galactosidase: breekt suikers af als raffinose, stachyose en verbascose en helpt bij de vertering van graan, peulvruchten en koolsoorten. De enzymactiviteit van alfa-galactosidase wordt uitgedrukt in GalU (Galactosidase Units).
  • Lipase: verteert vetten en verhoogt de opname van lipofiele nutriënten (vitamine A en D). De enzymactiviteit van lipase wordt uitgedrukt in FIP (Federation Internationale Pharmaceutique).
  • Fytase: breekt fytinezuur af in granen en bonen waardoor mineralen beter worden opgenomen. De enzymactiviteit van fytase wordt uitgedrukt in FTU (FyTase Units).
  • Fungale stammen zoals Aspergillus oryzae en Aspergillus niger worden al vele decennia gebruikt in de voedingsindustrie voor de fermentatie van voedsel en hebben van de FDA het label GRAS gekregen (Generally Recognized As Safe). Deze stammen produceren in tegenstelling tot bijvoorbeeld Aspergillus flavus geen mycotoxinen zoals aflatoxinen. Daarbij worden deze fungale enzymen via strenge procedures gezuiverd van fungale cellen, sporen en andere belastende stoffen. Spijsverteringsenzymen worden zeer goed verdragen. Ze mogen ook tijdens de zwangerschap worden gebruikt mits de zwangere zich aan de aanbevolen dosering houdt. Echter, de kans op een allergische reactie kan nooit uitgesloten kan worden daar enzymen ook eiwitten zijn (zie contra-indicaties).