Enzymen

De meest stabiele en effectieve enzymen zijn die van plantaardige en microbiële oorsprong. Voor een grotere biologische activiteit worden bij voorkeur enzymen van verschillende bronnen gecombineerd.
Ondersteunende werking van enzymen bij de volgende aandoeningen:
  • Autisme: bij autisme kan er sprake zijn van een verhoogde productie van exorfinen uit graan- en koemelkproducten. Ook bij diëten zoals het gluten- en caseïnevrij dieet kunnen spijsverteringsenzymen nuttig zijn, als gevolg van het peptidasegebrek kunnen ook exorfinen uit andere voedingsmiddelen ontstaan. 
  • Diarree
  • Colitis ulcerosa: enzymen kunnen helpen bij maag- en darmaandoeningen, het voornaamste verteringsenzym is pancreatine. Dit is een mengeling van verschillende enzymen, die bij jonge mensen in voldoende mate door de pancreas wordt geproduceerd. Granen reduceren de absorptie van mineralen, spoorelementen en vitamine B1. Zij blokkeren ook de verteringsenzymen en maken proteïnen onverteerbaar. Tarwe blokkeert eveneens het pancreas enzym lipase en vertraagt de vetvertering. 
  • Constipatie (verstopping): eenzijdige voeding of een niet goed werkend verteringssysteem leidt tot een onjuiste darmflora en kan als gevolg diarree en/of constipatie veroorzaken, enzymen normaliseren de darmflora.
  • Darmflora (verstoorde): enzymen helpen bij een verstoorde vertering en/of opname van voedingsstoffen in de darmen en veranderende samenstelling van de darmflora.
  • Glutenintolerantie: opname stoornissen van stoffen in het bloed en spijsverteringsklachten zijn kenmerkend voor coeliakie. Voor het herstel van de darmen en spijsverteringsfuncties kunnen langdurige spijsverteringsenzymen worden ingezet. Dagelijks gebruik van enzymen zoals proteases van papaja en aspergillus orzyae (koji-kin) bij de maaltijd beschermt de darmen en maakt deze minder gevoelig voor resten van gluten die onbedoeld met de voeding worden gegeten. 
  • Indigestie
  • Maagdarmkrampen: enzymen helpen bij spijsverteringsklachten, indigestie in het algemeen zoals een vol gevoel, opgeblazen gevoel, winderigheid, buikpijn met eventuele misselijkheid, zuurbranden, obstipatie, vette ontlasting en onverteerde voedselresten.
  • Maagzuur (zure reflux): enzymen helpen bij een afwijkende zuurtegraad.
  • Prikkelbare darmsyndroom (PDS)
  • Spijsverteringsproblemen: spijsverteringsenzymen zijn zowel noodzakelijk voor een optimale vertering van alle voedingsstoffen als voor de opname van vetoplosbare vitaminen. Een goede vertering verhoogt de biologische beschikbaarheid van voedingsstoffen, verbetert de voedseltolerantie en remt de vorming van toxinen en andere belastende substanties in het spijsverteringskanaal. Hierdoor verminderen bijbehorende klachten zoals opgeblazenheid, flatulentie, buikpijn, stoelgang problemen, vermoeidheid en diverse gerelateerde aspecifieke klachten.
  • Voedselallergie
  • Winderigheid: spijsverteringsenzymen verminderen winderigheid.
  • Ziekte van Crohn
Dosering:
  • Bij alle enzympreparaten is een effectieve dosering zeer belangrijk. Helaas is bij vele enzymproducten de exacte dosering ondoorzichtig omdat in veel gevallen de enzymactiviteit ten onrechte in milligrammen wordt uitgedrukt. De hoeveelheid milligrammen van een bepaald enzym zegt niets over de activiteit van dat enzym. Daarom is de enige juiste manier om de potentie van een enzymproduct uit te drukken vermelding van de hoeveelheid enzymen in zogenaamde eenheden (units) die een uitdrukking zijn van de snelheid waarmee dat betreffende enzym substraat omzet . Let bij aankoop van een enzympreparaat daarom op vermelding van afkortingen als bijvoorbeeld GDU, ALU, HUT of SAPU.
  • Het is belangrijk dat de enzymen in fysiek contact komen met het voedsel dat ze moeten helpen verteren. Inname van een enzympreparaat tijdens of vlak na de maaltijd is dus belangrijk. Bij gebruik van capsules kunnen deze eventueel al (kort) voor inname met het voedsel (niet heet) worden vermengd.
Synergisme:
  • Vooral bij exocriene pancreasinsufficiëntie kan er een grote behoefte bestaan aan het mineraal zink en de vetoplosbare vitamine A en vitamine D.
Indicaties:
  • Alvleesklier (pancreas) gestopt met de productie van verteringsenzymen.
  • Spijsverteringsklachten: indigestie, vol gevoel, winderigheid, buikpijn met eventueel misselijkheid, zuurbranden, diarree, obstipatie, vette ontlasting en onverteerde voedselresten.
  • Gestoorde vertering en of opname van voedingsstoffen in de darmen, veranderende samenstelling van de darmflora.
  • Prikkelbare darmsyndroom.
  • Ontgiftingskuren.
  • Diabetes type 1 en type 2.
  • Coeliakie.
  • Lactose-intolerantie.
  • Candida-infectie.
  • Voedselintoleranties, voedselallergieën.
  • Auto-immuniteit.
  • Autisme.
  • Chronische ontsteking van de alvleesklier.
Waarschuwing:
  • Pancreatitis, eerste fase van de acute vorm, Ileus, galblaas-empyeem (etterophoping), galweg-obstructie, leverfunctiestoornissen (ernstige).
  • Er zijn geen bijwerkingen bekend van het oraal gebruik van spijsverteringsenzymen.
  • De meeste medicijnen waaronder ook anti-epileptica, antidepressiva en andere psychofarmaca zijn zo ontwikkeld dat ze ongevoelig zijn voor fysiologische hoeveelheden spijsverteringsenzymen in de dunne darm. Het is derhalve onwaarschijnlijk dat hun werking wordt beïnvloed door inname van orale spijsverteringsenzymen.
  • De spijsvertering, specifiek de eiwitvertering en de opname van vitamine B12 wordt beïnvloed door het gebruik van maagzuurremmers. Antibiotica kunnen door het afdoden van de microbiota de spijsvertering en derhalve de resorptie van nutriënten remmen.