Carotenoïden

De keuze van Gezondheidsweb 
 prijs/kwaliteit






Ondersteunende werking van carotenoïden bij de volgende aandoeningen:
Dosering:
  • Niet vastgesteld.
Betacaroteen Vitaminstore

Waarschuwing:
  • In gebruikelijke doseringen zijn van carotenoïden geen contra-indicaties bekend.
  • Bij sommige mensen kunnen carotenoïden (vooral betacaroteen) een vergeling van de huid veroorzaken. Dit is een onschuldig effect dat weer verdwijnt zodra de dosering wordt verminderd.
  • Factoren die de concentraties carotenoïden in serum beïnvloeden, zijn onder andere alcoholconsumptie, het gebruik van orale anticonceptiva, roken en langdurige blootstelling aan UV licht.
  • Interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.
Meer info:
  • Bevordert de celgroei en celvermenigvuldiging. Hart- en vaataandoeningen. Versterkt het immuunsysteem. vitamine A tekorten. Oxidatieve stress. Oogaandoeningen: maculadegeneratie (verlies van gezichtsscherpte) en cataract (grijze staar). Zonnebrand. Mentaal functioneren. Diabetes.
  • Carotenoïden zijn, naast chlorofyl en flavonoïden, de belangrijkste kleurstoffen van de natuur. Ze zijn verantwoordelijk voor de rode, oranje en gele kleur van fruit en groenten. De belangrijke rol van deze verbindingen in de menselijke gezondheid wordt de laatste jaren steeds duidelijker.
  • Hoewel er, behalve van bètacaroteen, geen officiële aanbevelingen bestaan voor de meeste carotenoïden, blijkt uit diverse onderzoeken dat de westerse mens niet genoeg groenten en fruit consumeert om adequate hoeveelheden carotenoïden binnen te krijgen. Mensen met een lage carotenoïdeninname of met lage concentraties carotenoïden in het serum blijken een verhoogd risico te lopen op het ontwikkelen van degeneratieve aandoeningen als hart- en vaatziekten. Dit heeft diepgaand onderzoek gestimuleerd naar de rol van carotenoïden in het menselijk lichaam.
  • Verschillende carotenoïden hebben een regulerende werking op de celgroei en -proliferatie. Deels vanwege het vermogen om de communicatie tussen de cellen te verbeteren. Bètacaroteen is onderdeel van de zogenaamde gap-junctions waarlangs cellen onder andere groeifactoren uitwisselen. Aan de andere kant houden carotenoïden de integriteit van de celmembraan in stand door in de celmembraan voor antioxidantbescherming te zorgen.
  • Uit grootschalige epidemiologische onderzoeken blijkt verder een samenhang tussen hoge carotenoïdenniveaus in serum en een verlaagd risico op coronaire hartziekten. Interventieonderzoek met (uitsluitend syntethisch) bètacaroteen had echter geen effect op het risico.
  • Daarnaast zijn er sterke aanwijzingen dat carotenoïden een stimulerende werking hebben op met name de cellulaire immuunrespons. De antimicrobiële activiteit van het immuunsysteem verbetert, met name door verhoging van de activiteit van de Natural Killer cellen, macrofagen en lymfocyten.
  • Van bètacaroteen en andere carotenoïden is al geruime tijd bekend dat ze in meer of mindere mate kunnen worden omgezet in vitamine A, waarbij bètacaroteen de beste omzetting geeft omdat het uit twee vitamine A moleculen bestaat. Alfacaroteen, cryptoxanthine, lycopeen, luteïne en zeaxanthine kunnen niet worden omgezet in vitamine A. Carotenoïden zijn veiliger dan vitamine A zelf (retinol) als vitamine-A-bron omdat het lichaam carotenoïden alleen omzet in vitamine A als daar behoefte aan is. Carotenoïden zijn verder effectieve wegvangers van onder meer het gevaarlijke singlet-zuurstofradicaal (vooral lycopeen). Mengsels van carotenoïden bieden echter een betere antioxidatieve bescherming dan elk carotenoïde afzonderlijk.
  • Luteïne en zeaxanthine zijn de enige carotenoïden in de macula, het gebied in het oog dat verantwoordelijk is voor scherp en gedetailleerd zien. Op latere leeftijd gaat de kwaliteit van deze macula vaak achteruit wat een verslechtering van het gezichtsvermogen tot gevolg heeft. Suppletie met luteïne en zeaxanthine kan het risico op maculadegeneratie sterk verlagen. Ook is een beschermende werking gevonden tegen cataract.
  • Carotenoïden beschermen de huid tegen verbranding door de zon. Ultraviolette straling kan de plasma- en huidconcentraties van carotenoïden verlagen. Bij fotosensitiviteits-aandoeningen als erythropoëtische protoporfyrie (EPP) zijn bètacaroteen en carotenoïden in zijn algemeenheid de voorkeursbehandeling geworden.