Autisme

Voedingssupplementen die ondersteunend werken bij autisme:
  • L-carnosine behandeling met carnosine bleek autistische kinderen de expressieve en receptieve taalvermogens significant te verbeteren (dubbelblind placebogecontroleerd onderzoek, 800 mg per dag), evenals een aantal andere parameters van autisme.
  • Melatonine bij sommige mensen met ASS zijn afwijkingen in de fysiologie van melatonine ontdekt. Dit werd in verband gebracht met stoornissen in verbale communicatie en speelvaardigheden. Er wordt zelfs gedacht dat een laag melatonineniveau een risicofactor is voor de ontwikkeling van ASS. ASS blijkt samen te gaan met oxidatieve stress, ontstekingen in de hersenen, verstoorde darmflora en maag- en darmontstekingen. Melatonine heeft een positieve invloed op ontsteking en oxidatieve stress. Bovendien verbetert melatonine de slaap bij kinderen met ASS, door verkorte inslaaptijden, verlengde slaapduur en een verbeterd slaappatroon.
  • Spijsverteringsenzymen (prebio complete) bij autisme kan er sprake zijn van een verhoogde productie van exorfinen uit graan- en koemelkproducten. Ook bij diëten zoals het gluten- en caseïnevrij dieet kunnen spijsverteringsenzymen nuttig zijn; als gevolg van het peptidasegebrek kunnen ook exorfinen uit andere voedingsmiddelen ontstaan.
  • Vitamine D wordt meestal geassocieerd met lichamelijke aandoeningen, maar ook neurologische aandoeningen kunnen ontstaan door vitamine D tekort. Een vitamine D tekort tijdens de zwangerschap is geassocieerd met een groter risico van autisme bij het nageslacht.
Plantenextracten die ondersteunend werken bij autisme:
  • Broccoli verbetert het gedrag en de communicatievaardigheden.
Autisme is een multifactoriële en multigene aandoening waarvan de incidentie toeneemt en waarbij onder meer genetische aanleg, omgeving en zeker ook de darmen en het immuunsysteem een wezelijke rol spelen. Er zijn belangrijke moleculairecverbanden blootgelegd tussen vitamine D3, L-tryptofaan, oxytocine en serotonine enerzijds en autismespectrumstoornissen (ASS) anderzijds.


Hoewel een tekort aan vitamine D wordt geassocieerd met lichamelijke aandoeningen, wordt ook steeds vaker een verband met neurologische aandoeningen gevonden waaronder ASS. Bij kinderen met ASS lijkt een vitamine D-tekort de norm te zijn. Ook verschijnt er regelmatig onderzoek dat een verband legt tussen de ontwikkeling van ASS en een vitamine D-tekort, vooral tijdens de zwangerschap en in het jonge leven.

Uit een ecologische studie blijkt dat er onder Amerikaanse adolescenten een verband bestaat tussen ASS en blootstelling aan zonlicht. De hoeveelheid ontvangen UVB uit zonlicht bleek omgekeerd evenredig met de incidentie van ASS: hoe lager de mate van blootstelling, hoe vaker ASS voorkwam. De onderzoekers concludeerden dat dit effect hoogstwaarschijnlijk te verklaren is door vitamine-D-gebrek tijdens de zwangerschap. Dit gebrek heeft de grootste impact tijdens het derde trimester, de periode waarin de hersenontwikkeling het snelst verloopt.

Al sinds midden jaren ‘80 is de preventie van huidkanker een speerpunt. Maar uit de zon blijven en regelmatig smeren met zonnebrandcreme heeft ook belangrijke nadelen. Er komt dan onvoldoende UVB op de huid om vitamine D3 aan te maken. Daarbij leven en werken stedelingen in ons land vooral binnen en is het een groot deel van het jaar niet mogelijk om voldoende zonlicht te ontvangen voor een toereikende aanmaak van vitamine D. Daarbij spelen onder andere de breedtegraad en bewolking een belangrijke rol. Tegelijkertijd gaat de prevalentie van ASS al sinds de jaren ‘80 omhoog. Deze is in dertig jaar gestegen van 2 tot 5 per 10.000 personen naar 60-100 per 10.000 personen. Meestal wordt daarvoor aangevoerd dat de diagnose is verruimd en de maatschappij steeds hogere eisen stelt aan sociale en communicatieve vaardigheden. Desalniettemin is de stijging erg groot en lijkt het op basis van diverse onderzoeken aannemelijk dat ook het toenemende vitamine D-tekort een rol speelt. Volgens het nieuwe onderzoek komt activatie van serotonine tot stand via vitamine D. Wanneer er voldoende vitamine D beschikbaar is, wordt de aanmaak van serotonine in de hersenen gestimuleerd en daalt de serotonine-aanmaak in de rest van het lichaam. Bij een gebrek aan vitamine D is de situatie juist omgekeerd. Serotonine heeft in het maagdarmkanaal een functie binnen de darmmotiliteit. Een overmaat van serotonine in de darmen veroorzaakt mogelijk immunologische veranderingen en ontstekingen van het maagdarmkanaal. Bij personen met ASS vindt men vaak chronische darmontsteking en spijsverteringsstoornissen. De onderzoekers denken dat overtollige productie van serotonine in de darmen ten koste kan gaan van de aanmaak in de hersenen. Het nieuwe onderzoek geeft ook een verklaring voor het feit dat ASS veel vaker voorkomt bij jongens dan bij meisjes. Het vrouwelijke geslachtshormoon oestrogeen verhoogt de expressie van TPH (tryptofaanhydroxylase) in de vrouwelijke hersenen. TPH zorgt voor aanmaak van 5-HTP, de voorloper van serotonine. Dit ondervangt volgens de onderzoekers de nadelige gevolgen van een vitamine D tekort op de aanmaak van serotonine. Uiteindelijk lopen meisjes daardoor minder kans om ASS te ontwikkelen.


Nieuw onderzoek laat zien dat verstoringen in serotonine, tryptofaan en vitamine D de hersenstofwisseling van personen met ASS ontregelen. Het onderzoek legt veel nieuwe verbanden en opent de weg naar een betere (ondersteunende) therapie. Serotonine wordt in de hersenen gemaakt onder invloed van L-tryptofaan. Als neurotransmitter speelt het onder andere een regulerende rol bij stemming, zelfvertrouwen, slaap, emotie, seksuele activiteit, eetlust, verslaving en agressie. Een tekort kan bijvoorbeeld leiden tot depressieve gevoelens, slechte nachtrust, verminderde behoefte aan seks, obsessief gedrag en een grotere verslavingsgevoeligheid. Dit zijn symptomen die men ook regelmatig bij personen met ASS tegenkomt. Het is ook bekend uit PET-scans dat kinderen tussen de 2 en 5 jaar oud met ASS minder serotonine aanmaken dan leeftijdsgenoten zonder ASS. Ook blijkt dat een tijdelijk tekort aan L-tryptofaan repetitief gedrag en gevoelens van angst en spanning teweegbrengt bij personen met ASS. Men concludeert daarom dat verstoringen in de serotonine- en L-tryptofaanstofwisseling een rol spelen bij de afwijkende hersenontwikkeling en gedragsproblemen.


Ook sulforafaan, een stof uit broccoli kan uitkomst bieden. Dat blijkt uit een recent onderzoek. De onderzoekers stelden vast dat dagelijkse toediening van sulforafaan, gedrag en communicatievaardigheden bij mannen met autisme kan verbeteren. Broccoli (Brassica Italica) staat al langer in de belangstelling.


40 autistische mannen tussen 13 en 27 jaar werden 18 weken lang gevolgd. De ene helft kreeg een placebo, de andere helft een sulforafaansupplement. Verbale communicatie en sociale vaardigheden gingen vooruit bij de groep die sulforafaan namen. Ook werden de mannen die sulforafaan namen meer rust en hadden ze minder last van het kenmerkend gedrag bij autisme. Na het onderzoek verdween dit effect. Het is dus van belang om bij personen met een autismespectrumstoornis structureel sulforafaan toe te dienen.

Zie ook:
Immuunsusteem