Doorgaan naar hoofdcontent

Diabetes type I en type II

Voedingssupplementen die ondersteunend werken bij diabetes type I en II:
  • Agaricus blazei veel medicijnen die worden gebruikt om diabetes te behandelen werken door het verlagen van de insulineresistentie. Sommige onderzoeken tonen aan dat bepaalde medicijnen beter zijn in het verlagen van de insulineresistentie wanneer ze worden gegeven met agaricus-extract.
  • Balsempeer (karela) verlaagd de bloedsuiker, helpt ondersteunend bij insulineresitentie, gestoorde glucosetolerantie (GGT), metabool syndroom. Laat toe de orale hypoglycemiërende middelen te verlagen, helpt te voorkomen dat er tot insuline-injecties moet overgestapt worden.
  • Banabablad verlaagd de bloedsuiker en werkt antidiabetisch. Banaba kan ondersteunend helpen bij diabetes type 2 (ouderdomsdiabetes), gemiddeld 31,9 % reductie van de bloedsuikerspiegel na 4 weken inname van 48 mg extract banaba, gestandaardiseerd op 1 % corosolzuur, laat toe de orale bloedsuikerverlagende medicijnen te verminderen of af te bouwen, helpt te voorkomen dat er tot insuline-injecties moet overgestapt worden. Diabetes type 1 (insuline-afhankelijke diabetes), laat toe de insulinebehoefte te verminderen.
  • Gymnema verlaagd de bloedsuiker, werkt antidiabetisch en beschermt de pancreas. Helpt bij diabetes type 2, significante afname van gemiddelde bloedsuikerspiegel en glucose, afname van glucose in de urine, toename van pancreatische secretie van insuline, afname van geglycolyseerd hemoglobine. Indien reeds orale hypoglycemiërende middelen ingenomen worden, kunnen deze verminderd worden in dosis of soms volledig afgebouwd worden (even effectief als tolbutamide). Helpt te voorkomen dat er tot insuline-injecties moet overgestapt worden. Diabetes type 1, significante afname van bloedsuikerspiegel en glucose. Verminderde insulinebehoefte (tot de helft minder), afname van geglycolyseerd hemoglobine na 6 à 8 maand.
  • Kaneelschors-extract verlaagd de bloedsuikerspiegel, helpt bij insulineresistentie, metabool syndroom (syndroom x), prediabetes, gestoorde glucosetplerantie (GGT), voorkomt diabetes type 2.
  • Magnesium bisglycinaat blijkt de kans om diabetes te ontwikkelen te verkleinen. Voldoende magnesium inname heeft een positief effect op ontstekingsreacties (lagere concentratie van ontstekingsmarkers in het bloed), een betere insulinegevoeligheid, een positief effect op het glucosemetabolisme en het serumkaliumgehalte. Magnesium kan zo helpen diabetes onder controle te houden en hiermee complicaties aan de vaten voorkomen. Glucose en endogene insulinesecretie hebben invloed op het plasma-magnesium. Het magnesiumniveau en het insulineniveau vertonen een wisselwerking, aanvulling van het magnesium dat verloren gaat kan het ziektebeeld bij diabetici verbeteren.
  • Maitake D-fractie (grifrone-D) verlaagd de bloedsuikerspiegel, werkt ondersteunend bij insulineresistentie, metabool syndroom (syndroom x), prediabetes en diabetes type 2.
  • Niacine is een onderdeel van de Glucose Tolerantie Factor (GTF), de factor die de werking van het hormoon insuline verbetert.
  • Omega-3 met EPA/DHA veranderen de adipokinesynthese in vetweefsel (met afname van adipokines die insulineresistentie, ontsteking en atherosclerose bevorderen en toename van beschermende adipokines zoals adiponectine).
  • R-alfaliponzuur is in staat de suikerverbrandingscapaciteit van insuline te verhogen en insulineresistentie te verminderen. Ook bij type-I diabetes blijkt alfaliponzuur een belangrijke rol te spelen.
  • Taurine helpt de bloedglucose te stabiliseren bij zowel type I als type II diabetici doordat taurine de activiteit van de insulinereceptor stimuleert. Op termijn houdt een dagelijkse dosis van 1,5 gram houdt de glucosespiegels lager en vermindert een abnormale activiteit van bloedplaatjes. Bij patiënten met type II diabetes verbetert het de cellulaire gevoeligheid voor insuline.
  • Vitamine E vermindert oxidatieve stress bij personen met diabetes type-1 en leidt tot een versterking van het antioxidatieve systeem. Na vitamine E-suppletie daalde de MDA (malondialdehyde) concentratie (verhoging van MDA geeft schade door vrije radicalen aan).

Diabetes type 1:
Insuline-afhankelijke diabetes wordt veroorzaakt door een tekort aan afscheiding van insuline, een hormoon dat het lichaam toelaat suiker te gebruiken. Een gezonde alvleesklier (pancreas) bevat cellen die insuline produceren, een hormoon dat de opname van glucose (vorm van suiker) vanuit de bloedbaan door de lichaamscellen regelt. Dat is belangrijk omdat suiker de brandstof is van het lichaam. Bij diabetes type 1 raakt het immuunsysteem in de war en vernietigt het de insuline-producerende cellen in de alvleesklier. De suiker komt dan niet langer bij de cellen terecht, maar hoopt zich op in de bloedbaan. Het lichaam probeert de overtollige glucose te verwijderen via de nieren. Het gevolg is dat de patiënt zich zwak en hongerig voelt, vaak moet plassen en veel dorst heeft. Als de patiënt dan niet veel water drinkt, kan hij/zij zelfs uitdrogen. Een te hoge bloedsuikerspiegel (hyperglykemie), kan tot ernstige gezondheidsproblemen leiden. de bloedvaten en zenuwen raken beschadigd, waardoor zich nierfalen, blindheid, hartziekte en andere complicaties kunnen voordoen. Kenmerkende symptomen zijn hevige dorst, door het afscheiden van grote hoeveelheden urine, een plots vermageren, spijsverteringsproblemen en ernstige vermoeidheid. Diabetes type 1 verschijnt vaak voor de leeftijd van 20 jaar, soms zelfs na de geboorte. Het betreft hier een auto-immuunziekte: één of meerdere antigenen liggen aan de basis van een reactie van het afweersysteem van het lichaam waardoor de cellen van de alvleesklier die de insuline afscheiden, worden vernietigd. Bij deze aandoening speelt genetische voorgeschiktheid een rol. Ze wordt ook bevorderd door sommige externe factoren (viraal, toxisch,...).

Diabetes type 2:

Niet-insuline- afhankelijke diabetes (ouderdomsdiabetes) is te wijten aan een ongevoeligheid van het lichaam voor de werking van insuline die het gebruik van suiker door de cellen regelt. Niet-insuline-afhankelijke diabetes (type 2 diabetes) komt meestal voor bij mensen die lijden aan overgewicht. In het begin van de ziekte is de insulineproductie normaal, maar ze kan de regeling van het suikergehalte in het bloed niet verzekeren omdat de patiënt gedeeltelijk ongevoelig is voor de werking van dit hormoon. Het suikergehalte in het bloed is dan te hoog (hyperglykemie), wat tot uiting komt door de abnormale aanwezigheid van suiker in de urine. De afscheiding van insuline daalt dan geleidelijk tot het hormoon volledig afwezig blijft. Dan ontstaat insuline-afhankelijke diabetes. In veel gevallen blijft niet insuline-afhankelijke diabetes onopgemerkt en wordt het bij toeval ontdekt. In andere gevallen komt de ziekte tot uiting wanneer de patiënt al gedurende enige tijd complicaties heeft die  gepaard gaan met deze ziekte. Meestal gaat het om beschadiging van de perifere zenuwen die tot uiting komt door problemen met de gevoeligheid of een huid of slijmvliesinfectie. Niet-insuline-afhankelijke diabetes kan ook worden ontdekt door de kenmerkende symptomen van een abnormaal hoog suikergehalte in het bloed (hyperglykemie), hevige dorst, sterke verhoging van het urinevolume.
Chroom helpt om een evenwichtige bloedsuikerspiegel te behouden.
Zie ook:
Carpaal tunnelsyndroom
Etalagebenen
Hart- en vaatziekten
Insuline
Koude handen en voeten
Metabool syndroom
Suiker
Verzuring