Taurine

Taurine komt in hoge concentraties in rode algen (geen bruine of groene!) voor, maar is verder vrijwel alleen in dierlijke producten aanwezig. In veel dieren (waaronder de mens) is het één van de meest voorkomende organische bestanddelen met een laag moleculair gewicht. Een menselijk lichaam van 70 kg bevat circa 70 gram taurine. De taurine-inname uit voeding wordt geschat op 40 tot 400 mg per dag. Aangezien taurine vooral aanwezig is in schaal- en schelpdieren, vis, gevogelte en vlees, hebben vegetariërs en veganisten vaak een verlaagde taurine status.

Ondersteunende werking van taurine bij volgend aandoeningen
  • Bijziendheid: taurine komt in zeer hoge concentraties in de retina (netvlies achter de oogbol) voor, een plaats waar zeer hoge concentraties onverzadigde vetzuren voorkomen die een optimale antioxidatieve bescherming behoeven. Taurine tekorten leiden tot beschadiging van de retina. Er is echter nog veel onduidelijk over de functie van taurine in het oog.
  • Diabetes
  • Galstenen: galzuren zijn stoffen die in de lever kunnen worden gevormd uit cholesterol en die betrokken zijn bij de absorptie van vet en vetoplosbare vitaminen. Dit kan alleen plaatsvinden als galzuren zich binden aan glycine of taurine. Deze conjugaten van aminozuren en galzuren worden ook wel galzouten genoemd. Taurine zorgt dan voor het vloeibaar houden van deze galzuren bij fysiologische pH, waardoor o.a. vorming van galstenen wordt voorkomen.
  • Hartritmestoornissen: taurine wordt vaak gecombineerd met magnesium en vormt op deze manier magnesiumtauraat. Het kent veel gunstige effecten op hart, bloedvaten en bloeddruk. Taurine beschermt tegen (verergering van) hart- en vaatziekten, verlaagt een te hoge bloeddruk, verbetert de vetstofwisseling, remt de plaatjesaggregatie, remt aderverkalking en stabiliseert plaques, beschermt de hartspier, ondersteunt de hartfunctie bij hartfalen en gaat hartritmestoornissen tegen.
  • Hartzwakte (hartfalen): taurine verbetert de hartfunctie en de inspanningscapaciteit bij personen met hartfalen. Taurine heeft een functie in elektrisch actieve weefsels zoals hersenen en hart en stabiliseert daar de celmembranen, waardoor foutieve prikkeling van zenuwcellen wordt voorkomen. Taurine is van nature in hoge concentraties aanwezig in het hart.
  • Hepatitis (leverontsteking): taurine remt ontstekingen in de lever, ondersteunt de leverfunctie (ontgifting, vetstofwisseling, galproductie) en vertoont gunstige effecten bij leverziekten (hepatitis, alcoholische en niet-alcoholische leververvetting, galstenen, levercirrose).
Dosering:
  • Voor indicaties met betrekking tot de hartfunctie zijn doses nodig van meerder grammen per dag. Voor andere indicaties, bijvoorbeeld op het gebied van de hersenfunctie kan met minder worden volstaan.
Synergisme (versterkt de werking van taurine):
  • Het aminozuur cysteïne en vitamine B6 zijn de meest cruciale cofactoren bij de synthese van taurine. Suppletie met NAC en/of Vitamine B6 is daarom een goede manier om de endogene biosynthese van taurine te ondersteunen. Om in de andere cofactoren te voorzien wordt daarnaast een basissuppletie van een goede multi-vitaminen en vitamine C aangeraden.
Waarschuwing:
  • Het is mogelijk dat taurine de afscheiding van maagzuur bevordert, daarom is voorzichtigheid geboden bij mensen met maagzweren. Verder zijn in de aanbevolen doseringen geen contra-indicaties bekend van taurine. Taurine wordt niet in verband gebracht met enig toxisch effect. In onderzoek waarbij tot 6 gram taurine per dag werd gegeven, zijn geen noemenswaardige bijwerkingen gevonden. Bij sommige epilepsiepatiënten kan taurine (1,5 gram per dag) misselijkheid, hoofdpijn, sufheid en coördinatiestoornissen veroorzaken. Mono-natriumglutamaat, oftewel Ve-tsin, een veelgebruikte smaakmaker, verlaagt de taurinespiegels. Hoge doseringen vitamine B5 verminderen de werking van taurine. Zink daarentegen versterkt de werking van taurine. Ook andere interacties met reguliere- of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.