(Apo)lactoferrine

Lactoferrine is een multifunctionele eiwit en heeft antimicrobiële, afweerversterkende, immunomodulerende, ontstekingsremmende, antioxidantieve en slijmversterkende eigenschappen en reguleert de opname en het transport van ijzer.
Ondersteunende werking van lactoferrine bij de volgende aandoeningen:
Dosering:
  • Gebruikelijke doseringen zijn 150 tot 750 mg lactoferrine per dag, doseringen tot 3 gram lactoferrine per dag zijn niet ongewoon.
  • Supplementen met lactoferrine zijn bedoeld voor orale inname en kunnen ook gebruikt worden om de mond mee te spoelen of om mee te gorgelen (bij mond- en keelinfecties).
  • Lactoferrine heeft een gunstig meerwaarde in combinatie met antibiotica, antivirale medicijnen, antimycotica en antiparasitaire medicijnen.
Indicaties:
  • Preventie van infectieziekten (virussen, bacteriën, schimmels, parasieten) bij gezonde mensen en preventie van opportunistische infecties bij mensen met een (sterk) verminderde weerstand.
  • Aanvullende behandeling van acute, chronische en recidiverende infectieziekten (maagzweer, maagdarminfecties, keelontsteking, luchtweginfecties, griep, huidinfecties waaronder tinea corpis, HIV, hepatitis).
  • Verbeteren weerstand ouderen (bij wie de lactoferrinesynthese is afgenomen).
  • Verbeteren ijzerstatus en ijzerhomeostase.
  • Orale en intestinale dysbiose.
  • Aanvullende behandeling van chronische ontstekingsziekten, onder meer in het maagdarmkanaal.
  • Allergieën.
Meer info:
  • Lactoferrine kan ijzer binden, het reguleert hiermee het ijzergehalte in het bloed. Het stimuleert en ondersteunt het immuunsysteem en verhoogt de weerstand tegen ongunstige bacteriën en schimmels. De hoogste concentratie lactoferrine wordt aangetroffen in moedermelk, vooral de moedermelk die de eerste 24 uur gegeven wordt (colostrum). Lactoferrine komt voor in de ijzervrije vorm (apolactoferrine) en als ijzergebonden vorm (hololactoferrine). Aangezien het ijzerbindend vermogen van lactoferrine essentieel is voor het werkingsmechanisme, is de ijzervrije vorm (apolactoferrine) het best werkzaam. 
  • Het glycoproteïne is een waardevolle component van de (aangeboren, niet-specifieke) eerstelijnsverdediging tegen pathogene micro-organismen die het lichaam via de slijmvliezen proberen binnen te dringen. Daarbij heeft lactoferrine de taak het ontstekingsproces te limiteren, weefselschade te beperken en systemische ontsteking te voorkomen. Het multifunctionele eiwit heeft onder meer antimicrobiële, afweerversterkende, immunomodulerende, ontstekingsremmende, antioxidatieve en slijmvliesversterkende eigenschappen en reguleert de opname en het transport van ijzer. Lactoferinne heeft een krachtige antimicrobiële activiteit tegen een groot aantal bacteriën, virussen, gisten, schimmels en parasieten.
  • Supplementen met (apo)lacoferinne: normaal krijgt de mens alleen in de periode na de geboorte significante hoeveelheden (apo)lactoferrine binnen met de borstvoeding. Tot 15% van de moedermelk bestaat uit lactoferrine (koemelk bevat maar 0,2 gram lactoferrine per liter). Wei-eiwitisolaat bevat circa 0,5 % lactoferrine. De laatste jaren is het mogelijk om hooggedoseerde supplementen met lactoferrine (uit koemelk) te gebruiken als aanvulling op het door het lichaam zelf geproduceerde lactoferrine. Supplementen met apolactoferrine (lactoferrine waarvan minder dan 5% is verzadigd met ijzer) heeft de voorkeur boven hololactoferrine (lactoferrine dat sterk verzadigd is met ijzer) aangezien het wegvangen van ijzerdeeltjes van groot belang is voor de werking van lactoferrine. Lactoferrine is tamelijk goed bestand tegen proteolytische afbraak. Een deel van de lactoferrine wordt na orale inname door proteasen in maag en dunne darm afgebroken tot peptiden zoals lactoferricine en lactoferrampine. Deze peptiden hebben een zo mogelijk nog krachtiger antimicrobiële activiteit dan lactoferrine zelf.
  • Biologische effecten en werkmechanisme: lactoferrine (inclusief de metabolieten lactoferricine en lactoferrampine) heeft een krachtige bacteriostatische en bactericide activiteit tegen gramnegatieve en grampositieve bacteriën (waaronder Helicobacter sp., Staphylococcus sp., Streptococcus sp., Escherichia coli, Salmonella sp., Shigella dysenteriae, Listeria monocytogenes, Bacillus sp., Clostridium sp., Legionella pneumoniae, Haemophilus influenzae, Klebsiella pneumoniae, Pseudomonas aeruginosa, Enterobacter sp., Micrococcus sp., Vibrio sp., Shigella, Proteus vulgaris). Dit is veelvuldig aangetoond in in-vitro en in-vivo studies. Lactoferrine is ook werkzaam tegen antibioticaresistente bacteriën. De bacteriostatische activiteit van apolactoferrine is het gevolg van het wegvangen van ijzerdeeltjes (Fe3+) uit de omgeving, waardoor bacteriën sterk worden geremd in hun groei en de expressie van virulente factoren. De bactericide activiteit wordt toegeschreven aan de directe interactie van lactoferrine met de buitenkant van de bacterie. In 1988 constateerden onderzoekers dat lactoferrine de buitenste membraan van gramnegatieve bacteriën ernstig beschadigt door te binden aan lipopolysaccharide (LPS), met cellysis tot gevolg. Door het beschadigen van de bacteriele membraan verhoogt lactoferrine de effectiviteit van natuurlijke antibacteriële stoffen zoals lysozyme en farmaceutische antibiotica zoals rifampicine. Tevens heeft lactoferrine het vermogen om de aanhechting van bacteriën aan gastheercellen te voorkomen. Vooral bij chronische infecties hebben bacteriën de neiging een biofilm te vormen (een georganiseerde, sterk klevende laag bacteriën op een slijmvliesoppervlak) waardoor ze heel lastig te bestrijden zijn. Patiënten met cystische fibrose krijgen bijvoorbeeld te maken met biofilms van Pseudomonas aeruginosa bacteriën. Lactoferrine remt (door het wegvangen van ijzer) de vorming van biofilms van P. aeruginosa in een veel lagere concentratie dan welke nodig is om de bacteriën in hun groei te remmen of te doden. In dieronderzoek is de werkzaamheid van lactoferrine aangetoond bij een maaginfectie met Helicobacter pylori, systemische infectie met Staphylococcus aureus en urineweginfectie met Escherichia coli. In humane studies is geconstateerd dat lactoferrine kolonisatie van de maagwand door Helicobacter pylori remt; tevens verhoogt lactoferrine (200 mg per dag) de effectiviteit van de triple therapie (twee antibiotica en een maagzuurremmer). De triple therapie was bij 71 tot 77% van de proefpersonen effectief in het verjagen van de helicobacterbacterie, met lactoferrine erbij steeg de effectiviteit van de eradicatietherapie tot 100%.
  • Antivirale activiteit: lactoferrine heeft een krachtige antivirale activiteit tegen een groot aantal RNA- en DNA-virussen die mens en dier besmetten (onder meer het rotavirus, herpesvirus (type 1 en 2), hepatitisvirus (type B, C en G), influenzavirus, HIV, hantavirus, poliovirus, adenovirus, enterovirus, humaan cytomegalovirus en humaan respiratoir syncytial (RS) virus). Verschillende werkingsmechanismen spelen hierbij een rol: lactoferrine kan voorkomen dat een virus contact maakt en de lichaamcel binnendringt door te binden aan viruseiwitten of receptoren op de gastheercel zoals heparansulfaat (aangetoond bij het poliovirus type 1, herpes simplex type 1 en 2, cytomegalovirus). Lactoferrine remt de virusreplicatie in de gastheercel (aangetoond bij hepatitis c virus, HIV en rotavirus).
  • Schimmelwerende en parasietenwerend: lactoferrine bedreigt naast bacteriën en virussen ook gisten, schimmels (waaronder Candida sp., Aspergillus fumigatus, Trichophyton) en parasieten (Pneumocystis carinii, Entamoeba histolytica, Plasmodium sp., Giardia, Toxoplasma gondii) in hun voortbestaan Lactoferrine gaat bij schimmels vermoedelijk op dezelfde manier te werk als bij bacteriën: door de vermeerdering te remmen door ijzerdeeltjes weg te vangen en/of cellysis te veroorzaken door destabilisatie van de celmembraan. De antiparasitaire activiteit is vergelijkbaar met de antivirale activiteit. Het vermoeden bestaat dat lactoferrine de hechting van bepaalde parasieten aan gastheercellen remt; daarnaast is aangetoond dat lactoferrine de vermeerdering van intracellulaire parasieten zoals Toxoplasma gondii in gastheercellen remt. Lactoferrine heeft een additieve of synergetische activiteit naast reguliere antimycotische medicijnen (clotrimazol, fluconazol) en antiparasitaire medicijnen.
  • Afweersysteem versterkend: naast de directe antimicrobiële activiteit stimuleert lactoferrine het afweersysteem van de gastheer. Lactoferrine moduleert na orale inname zowel (ter plekke) de intestinale immuunrespons als (indirect) de systemische immuunrespons (door het migreren van immuuncellen en de verplaatsing van cytokines via de bloedcirculatie). In de dunne darm bindt lactoferrine aan receptoren op epitheelcellen en immuuncellen in de darmwand zoals dendritische cellen en lymfocyten. Lactoferrine wordt in de cellen opgenomen en/of activeert de transcriptie van bepaalde genen. Lactoferrine activeert NK (natural killer) cellen en LAK (lymphokine-activated killer) cellen; stimuleert de activiteit van neutrofiele granulocyten; verhoogt de macrofaag cytotoxiciteit; reguleert de productie van cytokines (stimuleert de productie van IL-18, IL-12, IL-4 en/of IL-10 en remt de productie van IL-1bèta, IL-2 en/of IL-6); versterkt het mucosale immuunsysteem; stimuleert CSF (colony-stimulating factor) en de vorming en differentiatie van witte bloedcellen (myelopoiese); bevordert de differentiatie en activiteit van B-lymfocyten, T-helper cellen, T-lymfocyten en dendritische cellen. In humane studies is bewezen dat een relatief lage dosis lactoferrine (40, 100 of 200 mg/dag) ook bij gezonde proefpersonen een significant immunomodulerend effect heeft en onder meer leidt tot T-cel activatie en regulering van de productie van TNF-alfa en IL-6 door perifere mononucleaire bloedcellen. Lactoferrine stimuleert de afweer tegen infecties, bevordert een gezonde immuunbalans en houdt ontstekingen onder controle. De ontstekingsremmende, antioxidatieve en immunomodulerende activiteit van lactoferrine draagt er toe bij dat een (acute) infectieziekte niet uit de hand loopt. Uit dieronderzoek is gebleken dat lactoferrine beschermt tegen chemisch geïnduceerde inflammatoire darmziekte en reumatoïde artritis; humane klinische studies zijn nodig om vast te stellen of suppletie met lactoferrine zinvol is bij chronische ontstekingsziekten.
  • Remt allergische reacties: daarnaast zijn er aanwijzingen dat apolactoferrine allergische reacties remt, mede door het wegvangen van ijzer en het remmen van de expressie van ontstekingsmediatoren zoals TNF-alfa, IL-1bèta, IL-6 en IL-8. In een diermodel voor astma remde (ingeademde) apolactoferrine een door pollen opgewekte allergische reactie met significante vermindering van oxidatieve stress in bronchiale epitheelcellen en afname van de hoeveelheid ontstekingscellen (eosinofiele granulocyten) en slijmvormende cellen in luchtwegen en neusholte. Suppletie met lactoferrine beïnvloedde 24 uur na blootstelling aan het allergeen nog steeds de ontstekingsreactie; het effect van suppletie was echter het grootst als het samen met het allergeen werd toegediend. Tevens is uit in-vitro onderzoek gebleken dat lactoferrine de door Ig-E gestimuleerde histamine-afgifte door mestcellen (uit de huid) remt.
  • Antioxidante werking: lactoferrine is een niet-enzymatische antioxidant. Door het cheleren van ijzer uit lichaamsvloeistoffen en ontstoken gebieden gaat lactoferrine (ijzergeïnduceerde) oxidatieve stress tegen en beschermt het cellen tegen (onherstelbare) oxidatieve beschadiging en apoptose. Het ijzer is op dat moment ook niet beschikbaar voor de vermeerdering van micro-organismen. Lactoferrine transporteert het ijzer naar macrofagen van het reticulo-endotheliale syteem, waar het kan worden opgeslagen in de vorm van ferritine.
  • Bevordert een gezonde darmflora: supplementen met lactoferrine draagt, door het tegenwerken van pathogene micro-organismen, bij aan een betere samenstelling van de darmflora. Probiotische bacteriën zijn weinig gevoelig voor de antimicrobiële werking van lactoferrine. Zuigelingenvoeding met 1g/l lactoferrine zorgt bij baby’s voor een fecale flora waarin probiotische bifidobacteriën domineren in tegenstelling tot zuigenlingenvoeding die geen of nauwelijks lactoferrine bevat. In dieronderzoek is aangetoond dat orale toediening van lactoferrine een evenwichtige, gezonde darmflora bevordert en overgroei met Enterobacteriaceae, Streptococcus en Clostridium bacteriën significant remt, evenals translokatie van intestinale bacteriën zoals Enterobacteriaeceae. In laboratoriumonderzoek is bovendien aangetoond dat lactoferrine en metabolieten (peptiden) van lactoferrine een stimulerend effect hebben op de groei van bifidobacteriën. Lactoferrine stimuleert vermoedelijk alleen de groei van bifidobacteriën die receptoren voor lactoferrine op hun celoppervlak bezitten.
  • Stimuleert weefselvorming: er zijn sterke aanwijzingen dat lactoferrine (met name apolactoferrine) de proliferatie en differentiatie van epitheelcellen in de dunne darm stimuleert waardoor de weefselmassa toeneemt en voedingsstoffen (waaronder ijzer) beter worden opgenomen. Daarbij is lactoferrine vermoedelijk niet alleen goed voor de slijmvliezen, maar ook voor de huid en botten. In-vitro en in-vivo studies suggereren dat uitwendig gebruik van lactoferrine de wondheling ondersteunt en reorganisatie van de collageenmatrix bevordert door stimulering van fibroblasten. In experimenteel onderzoek bij volwassen muizen is aangetoond dat het lokaal injecteren van lactoferrine zorgt voor een aanmerkelijke verbetering van de botaanmaak en botkwaliteit. Lactoferrine heeft in een fysiologische concentratie een krachtige proliferatieve en anti-apoptotische invloed op osteoblasten en remt daarnaast de vorming van osteoclasten. Lactoferrine heeft een groter effect op de botaanmaak dan de groeifactoren IGF-1 (insuline-like growth factor 1) en TGF-bèta (transforming growth factor bèta).