Doorgaan naar hoofdcontent

Toorts

Koningskaars (mullein) wordt vooral aangewend bij luchtwegaandoeningen.
Latijnse naam: Verbascum thapsus
Andere namen: Koningskaars, toortsbloem, mullein
Ondersteunende werking van koningskaars bij volgende aandoeningen:
Inwendig gebruik:
  • Chronische bronchitis met een astmatische factor.
  • Heesheid.
  • Hoest: droge hoest, prikkelhoest, pijnlijke, harde en kroepachtige hoest, kinkhoest.
  • Hoofdpijn, neuralgie (zenuwpijn), facialgie (aangezichtspijn), reumatische pijnen.
  • Hooikoorts.
  • Jicht.
  • Keelpijn, amandelontsteking.
  • Milde luchtwegenaandoeningen: bronchitis (acuut en chronisch), luchtpijpontsteking, strottenhoofdontsteking.
  • Vastzittende slijmen.
  • Verhoogde urinezuurgehalte.
  • Verkoudheden en grippale aandoeningen met luchtwegenaantasting.
Uitwendig gebruik:
  • Aambeien.
  • Aangezichtspijn.
  • Abcessen.
  • Heesheid.
  • Keelpijn.
  • Kneuzingen.
  • Oogbindvliesontsteking.
  • Ooglidontsteking.
  • Oorpijn.
  • Reumatische pijn.
  • Steenpuisten.
  • Winterhanden.
  • Wonden, brandwonden.
  • Zenuwpijn.
Gebruikte delen:
  • De bloemkroon, liefst alleen de bloembladeren en de meeldraden.
Waarschuwingen:
  • Er zijn geen tegenindicaties voor het gebruik van toorts.