Vitiligo

Voedingssupplementen die ondersteunend werken bij vitiligo:
  • Foliumzuur mensen met vitiligo hebben vaak een tekort aan foliumzuur. Een tekort aan foliumzuur kan vitiligo veroorzaken.
  • L-fenylalanine bevordert pigment-synthese en de migratie van melanocyten (cellen die verkleuren onder invloed van UV- en zonlicht) naar de pigmentloze huid onder invloed van zonlicht.
  • PABA wordt vaak aan zonnebrandmiddelen toegevoegd omdat het UV-B straling kan absorberen en kan vitiligo voorkomen.
  • Vitamine B12 kan vitiligo remmen, een tekort aan vitamine B12 kan vitiligo veroorzaken.
Vitiligo is een aandoening waarbij de huid en/of het haar pigment verliezen en waarbij melkwitte plekken van verschillende grootte en vorm ontstaan. Ongeveer 0,5% van de wereldbevolking lijdt aan vitiligo. Als een stukje van de witte vitiligohuid onder de microscoop wordt bestudeerd, dan blijken de pigmentcellen (melanocyten), die in het onderste deel van de opperhuid voorkomen, totaal te ontbreken.

Behalve een medisch probleem is vitiligo vooral een belangrijk sociaal-psychologisch probleem. Uit onderzoek blijkt dat vitiligo een erg negatieve invloed heeft op de kwaliteit van leven van veel patiënten en dat soms psychologische ondersteuning nodig is om met de ziekte om te leren gaan. Er zijn verschillende behandelingen mogelijk voor vitiligo, echter geen van alle is 100% effectief. De juiste oorzaak van vitiligo is nog onbekend, echter dat er erfelijke factoren een rol spelen is wel zeker. Sommige onderzoekers menen dat vitiligo een auto-immuunziekte is, een stoornis in het afweermechanisme (immuunsysteem) van het lichaam. Het immuunsysteem richt zich niet tegen infecties van buitenaf maar tegen weefsels of cellen van het eigen lichaam. In het geval van vitiligo wordt aangenomen dat deze auto-immuun reactie de vernietiging van pigmentcellen veroorzaakt. Deze theorie over het ontstaan van vitiligo is mede gebaseerd op het feit dat andere auto-immuunziekten vaker voorkomen bij mensen met vitiligo, zoals bepaalde ziekten van de schildklier, alopecia areata (een bepaalde vorm van haaruitval) en suikerziekte. Deze relaties zijn echter zo zeldzaam dat onderzoek van alle patiënten met vitiligo op het voorkomen van auto-immuunziekten niet zinvol is. Deze theorie veronderstelt dat de pigmentcellen worden vernietigd door stoffen die vrijkomen bij de vorming van melanine (huidpigment). Normaal bestaat er in pigmentcellen een beschermingsmechanisme dat deze stoffen onschadelijk maakt. Bij vitiligo zou dit beschermende mechanisme echter zijn ontregeld. Wat voor deze theorie pleit is dat bij mensen met vitiligo de witte plekken het meest voorkomen in die gebieden die normaal het meest gepigmenteerd zijn en dus de sterkste vorming van melanine hebben.

Oorzaken:
  • Er wordt aangenomen dat sommige factoren vitiligo kunnen uitlokken bij personen die aanleg voor vitiligo hebben.
  • Ernstige emotionele spanningen.
  • Zonnebrand.
  • Ernstige ziekten.
  • Operaties.
  • Zwangerschap.
  • Bevalling.
  • Lichamelijk letsel.
Symptomen:
De plekken variëren in grootte en vorm, zij kunnen zich geleidelijk uitbreiden en hebben vaak een rand die donkerder is dan de normale huid. De lijnentekening in de vitiligo-huid is normaal. Vitiligo-plekken vindt men vaak rondom lichaamsopeningen en in de lichaamsplooien bij de geslachtsorganen, op drukplaatsen, op handen en voeten, op plaatsen van herhaald trauma (letsel) en in het gelaat. Het haar in de vitiligo-plek wordt vaak wit.

Het verloop van de ziekte is niet constant en daarom ook niet goed te voorspellen. Gewoonlijk wordt de huidafwijking geleidelijk erger, met tussenliggende perioden van verbetering. Spontaan herstel van vitiligo-plekken, met name van aan zonlicht blootgestelde delen, komt regelmatig voor. Herstel is echter meestal onvolledig. Bij vitiligo van de lippen, van de handen en het gelaat komt spontaan herstel betrekkelijk weinig voor. Hetzelfde geldt voor de plekken waar witte haren groeien als uiting van vitiligo. Ook bij vitiligo die op latere leeftijd ontstaat, treedt minder vaak spontane verbetering op. Bij ongeveer 50% van de patiënten openbaart vitiligo zich jonger dan 20 jaar en bij 70-80% jonger dan 30 jaar. Vitiligo kan al kort na de geboorte optreden, terwijl de oudste persoon bij wie een beginnende vitiligo is gerapporteerd 97 jaar was. Vitiligo is over het algemeen zo gemakkelijk te herkennen dat de diagnose gewoonlijk kan worden gesteld op grond van het klinisch beeld. Aanvullende diagnostiek is vrijwel nooit nodig.