Doorgaan naar hoofdcontent

L-carnosine

L-carnosine wordt in het lichaam zelf aangemaakt, de hoogste concentraties zijn te vinden in de spieren, het hart en de hersenen. L-carnosine is voornamelijk bekend vanwege de werking op vermoeide spieren en zou inwerken op bepaalde lichaamsprocessen die een rol kunnen spelen om het verouderen te vertragen. Daarnaast is carnosine een sterke beschermer van zenuwweefsels en helpt bij het uitscheiden van toxische zware metalen.

Mogelijk helpt L-carnosine bij:
  • Autisme: behandeling met L-carnosine (800 mg per dag) bleek bij autistische kinderen de expressieve en receptieve taalvermogens te verbeteren, evenals een aantal andere parameters van autisme.
  • Epilepsie: L-carnosine beschermt uitstekend het zenuwweefsel en helpt bij het uitscheiden van toxische zware metalen. Epilepsie behoort tot die aandoeningen waar oxidatieve stress en chemische reacties de hersencellen beschadigen. L-carnosine bestrijdt deze reacties.
  • Grijze staar (cataract)
  • Helicobacter pylori: bestrijdt de helicobacter pylori bacterie in combinatie met zink, biedt goede bescherming van de maagwand tegen verschillende stimulantia.
  • Hoge bloeddruk (hypertensie): L-carnosine heeft een bloeddrukverlagende werking, waarschijnlijk voor een belangrijk deel samenhangend met verbetering van de elasticiteit van de slagaders.
  • Huidverzorging van binnenuit: L-carnosine kan gebruikt worden ter verzorging van de huid en voor het verminderen van rimpelvorming. L-carnosine remt en voorkomt crosslinking van collageen in de huid, wat kan leiden tot verlies van elasticiteit, rimpels en verlies van extracellulaire matrix. Een effect van l-carnosine bij deze toepassingen kan waarschijnlijk pas op de lange termijn worden gezien.
  • Maagwandontsteking (gastritis): L-carnosine bestrijdt samen met zink de helicobacter pylori bacterie, een combinatie van zink en l-carnosine biedt goede bescherming van de maagwand tegen verschillende stimulantia en minstens zo effectief is als de reguliere maagzuurremmers. 
  • Multiple sclerose: spierweefsel is extra gevoelig voor beschadiging door vrije radicalen vanwege de sterk oxidatieve stofwisseling. Wanneer de beschermingsmechanismen dan tekortschieten, kunnen neuromusculaire structuren beschadigd raken. Bij spierbiopten bij patiënten met Amyotrofische laterale sclerose (ALS) en multiple sclerose (MS) zijn significant verlaagde carnosineconcentraties gevonden.
  • Uithoudingsvermogen (betere prestaties): L-carnosine heeft opmerkelijke effecten op het energieniveau en het uithoudingsvermogen, helpt bij sportinspanningen. 
  • Veroudering (vertragen): L-carnosine heeft het vermogen om oude cellen die bijna tegen hun levenseinde aanlopen nieuw leven in te blazen. Dit hangt waarschijnlijk samen met het feit dat carnosine naast een antioxidant en vrije radicaalvanger ook een membraanbeschermer is, de glycosylering tegengaat en mogelijk ook immuunversterkend werkt. Tussen de leeftijd van 10 jaar en 70 jaar nemen de lichaamsconcentraties carnosine gestaag af met in totaal 63%. Om deze reden wordt de leeftijdsgebonden afname in spierkracht en -functie in verband gebracht met verminderde weefselconcentraties van carnosine. 
  • Wonden: L-carnosine ondersteund bij een snellere wondgenezing, l-carnosine heeft een verjongend effect op bindweefselcellen en draagt zo bij aan wondgenezingsprocessen.
  • Ziekte van Alzheimer: ophoping van bèta-amyloïd in hersenweefsel is een bepalende factor bij de ziekte van Alzheimer. In vitro experimenten bleek behandeling met carnosine in staat om de celschade door bèta-amyloïd gedeeltelijk of soms zelf geheel terug te dringen. Carnosine blokkeert en inactiveert bèta-amyloïd en beschermt het zenuwweefsel zo tegen ziekten als dementie. Volgens de onderzoekers komt de beschermende werking van carnosine door de antioxidatieve en anti-glycosylerings-eigenschappen.

Dosering:
  • Bij humane studies worden doseringen van 800 mg per dag (autisme) tot zelfs meer dan een gram per dag (800-2000 mg, epilepsie) gebruikt. Het argument om dergelijke hoge doseringen te gebruiken, is dat het lichaam carnosine afbreekt met behulp van het enzym carnosinase.
  • Maar andere wetenschappers beweren dat ook lage doseringen carnosine al effectief kunnen zijn. Zo hebben doseringen van 50-200 mg al een effect op de uitscheiding van malondialdehyde (eindproduct van lipidenperoxidatie) en dit effect zou niet noemenswaardig verbeteren bij verhoging van de dosering tot 500-1000 mg.
Synergisme:
  • Carnosine werkt samen met andere antioxidanten, zoals vitamine Cco-enzym Q10 (ubiquinol) en in de membranen vooral met vitamine E, heeft een sparende werking op deze antioxidanten. Suppletie met (relatief kleine doses) van deze nutriënten kan zodoende de werking van carnosine nog versterken.
  • Eventuele tekorten aan vitamine E kunnen op korte termijn door carnosine worden opgevangen. Extra zink heeft waarschijnlijk een synergistisch effect op de neuroprotectieve eigenschappen van carnosine.
L-carnosine gaat leeftijdsgebonden beschadiging en afbraak van lichaamseiwitten tegen. Een aantal biochemische processen zoals beschadiging door vrije radicalen, kunnen de lichaamseiwitten beschadigen, wat functieverlies en op den duur degeneratie van weefsels en organen tot gevolg heeft. Naarmate men ouder wordt, wordt dit een steeds grotere bedreiging voor de gezondheid. 

Waarschuwingen:
  • In de aangegeven dosering zijn van L-carnosine geen contra-indicaties bekend.
  • Er zijn geen schadelijke lichamelijke bijwerkingen van carnosine gevonden.
  • Bij sommige manische en/of hyperactieve autistische patiënten blijkt een te hoge dosis (meerdere grammen per dag) overstimulatie te kunnen geven van de frontale kwabben, wat aanleiding kan geven tot geïrriteerdheid, hyperactiviteit of slapeloosheid. Deze symptomen verdwijnen weer wanneer de dosis carnosine of andere medicatie wordt verlaagd.