L-carnosine

L-carnosine is voornamelijk bekend vanwege de werking op vermoeide spieren. Maar gaat ook verouderingsprocessen tegen. Daarnaast is carnosine een sterke beschermer van zenuwweefsel en helpt bij het uitscheiden van toxische zware metalen.

Ondersteunende werking van L-carnosine bij de volgende aandoeningen:
  • Autisme: behandeling met L-carnosine (800 mg per dag) bleek bij autistische kinderen de expressieve en receptieve taalvermogens te verbeteren, evenals een aantal andere parameters van autisme.
  • Epilepsie
  • Grijze staar (cataract)
  • Helicobacter pylori
  • Hoge bloeddruk (hypertensie)
  • Huidverzorging
  • Maagwandontsteking (gastritis)
  • Multiple sclerose
  • Uithoudingsvermogen (betere prestaties)
  • Veroudering (vertragen): L-carnosine heeft het vermogen om oude cellen die bijna tegen hun levenseinde aanlopen nieuw leven in te blazen. Dit hangt waarschijnlijk samen met het feit dat carnosine naast een antioxidant en vrije radicaalvanger ook een membraanbeschermer is, de glycosylering tegengaat en mogelijk ook immuunversterkend werkt. Tussen de leeftijd van 10 jaar en 70 jaar nemen de lichaamsconcentraties carnosine gestaag af met in totaal 63%. Om deze reden wordt de leeftijdsgebonden afname in spierkracht en -functie in verband gebracht met verminderde weefselconcentraties van carnosine. 
  • Wonden
  • Ziekte van Alzheimer: ophoping van bèta-amyloïd in hersenweefsel is een bepalende factor bij de ziekte van Alzheimer. In vitro experimenten bleek behandeling met carnosine in staat om de celschade door bèta-amyloïd gedeeltelijk of soms zelf geheel terug te dringen. Carnosine blokkeert en inactiveert bèta-amyloïd en beschermt het zenuwweefsel zo tegen ziekten als dementie. Volgens de onderzoekers komt de beschermende werking van carnosine door de antioxidatieve en anti-glycosylerings-eigenschappen.
Dosering:
  • Bij humane studies worden doseringen van 800 mg per dag (autisme) tot zelfs meer dan een gram per dag (800-2000 mg, epilepsie) gebruikt. Het argument om dergelijke hoge doseringen te gebruiken, is dat het lichaam carnosine afbreekt met behulp van het enzym carnosinase.
  • Maar andere wetenschappers beweren dat ook lage doseringen carnosine al effectief kunnen zijn. Zo hebben doseringen van 50-200 mg al een effect op de uitscheiding van malondialdehyde (eindproduct van lipidenperoxidatie) en dit effect zou niet noemenswaardig verbeteren bij verhoging van de dosering tot 500-1000 mg.

Synergisme (versterkt de werking van L-carnosine):
  • Carnosine werkt samen met andere antioxidanten, zoals vitamine Cco-enzym Q10 (ubiquinol) en in de membranen vooral met vitamine E, heeft een sparende werking op deze antioxidanten. Suppletie met (relatief kleine doses) van deze nutriënten kan zodoende de werking van carnosine nog versterken.
  • Eventuele tekorten aan vitamine E kunnen op korte termijn door carnosine worden opgevangen. Extra zink heeft waarschijnlijk een synergistisch effect op de neuroprotectieve eigenschappen van carnosine.
Waarschuwing:
  • In de aangegeven dosering zijn van L-carnosine geen contra-indicaties bekend.
  • Er zijn geen schadelijke lichamelijke bijwerkingen van carnosine gevonden.
  • Bij sommige manische en/of hyperactieve autistische patiënten blijkt een te hoge dosis (meerdere grammen per dag) overstimulatie te kunnen geven van de frontale kwabben, wat aanleiding kan geven tot geïrriteerdheid, hyperactiviteit of slapeloosheid. Deze symptomen verdwijnen weer wanneer de dosis carnosine of andere medicatie wordt verlaagd.