Metabool syndroom


Voedingssupplementen die ondersteunend werken bij metabool syndroom:
  • Alfaliponzuur helpt bij het verbranden van glucose en bij de omzetting van glucose in ATP (drager van energie), is een sterke antioxidant. Vermindert vooral het metabool syndroom doordat het de glucoseverbranding verbetert, verbetert de gevoeligheid van de insuline-receptor en pakt insulineresistentie aan. Alfaliponzuur zorgt voor minder schade aan de cellen (door vrije radicalen) en dus minder kans op AGE's (oorzaak van ontstekingen).
  • Chroom is het belangrijkste mineraal in het voorkomen en behandelen van metabool syndroom. Chroom helpt insuline om zijn werk efficiĆ«nter te doen en helpt zodoende de bloedsuiker te stabiliseren. Hierdoor verminderd de trek in zoetigheid en wordt ook het hongergevoel verminderd. Daarnaast helpt chroom ook de vetstofwisseling en uit onderzoek is gebleken dat chroompicolaat een gunstig effect heeft op zowel de triglyceridenwaardes als op de cholesterolwaardes.
  • L-Glutathion bij het metabool syndroom is er sprake van veel vrije radicalen schade. De belangrijkste anti-oxidant die in ons lichaam wordt geproduceerd uit 3 aminozuren is Glutathion. Bij het metaboolsyndroom is de glutathion level in het bloed over het algemeen bijzonder laag omdat het lichaam niet meer voldoende in staat blijkt te zijn om dit op voldoende niveau te houden. Orale inname van gewone GSH glutathion heeft weinig nut omdat deze GSH niet stabiel blijft in het maag-darmkanaal. Het innemen van de nieuwe S-Acetyl-L-Glutathion, welke wel stabiel blijft, is bijzonder waardevol om de oxidatie schade bij het metabool syndroom te verminderen.
  • Magnesium is een belangrijk bij het behandelen van metabool syndroom, magnesiumtekort zorgt voor een verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van Insulineresistentie of zelfs diabetes type 2. Magnesium speelt verschillende rollen bij de productie en het vrijmaken van insuline. Daarnaast is Magnesium van belang bij het omlaag brengen van de bloeddruk, een ander symptoom van metabool syndroom. Magnesium in combinatie van vitamine B6 verhoogt de beschikbaarheid van magnesium in de cellen en verhoogt dus de effectiviteit van Magnesium.
  • Vitamine C vermindert de schadelijke effecten van een verhoogd glucose en insuline gehalte. Vitamine C is namelijk een krachtige antioxidant. Daarnaast normaliseert vitamine C de reactie van insuline. Hierdoor ontstaat een meer normale en minder ontketende reactie op glucose. Vitamine C speelt ook nog een rol in de vermindering van de glycosylering van eiwitten die AGE’s bevorderen.
  • Vitamine D3 zorgt voor een betere cellulaire opname van glucose en samen met Omega 3 zorgt vitamine D3 voor een verbetering van de insuline-gevoeligheid. Vitamine D tekort kan leiden tot een verlaagde insulinesecretie van de alvleesklier. Dit kan bijdragen tot de ontwikkeling en verergering van glucose-intolerantie en leiden tot metabool syndroom.
  • Zink steeds meer mensen hebben een zinktekort. Zink speelt een belangrijke rol bij de insulinefunctie van het lichaam. Zink is een onderdeel van insuline en is nodig voor de aanmaak, transport en opslag van dit hormoon. Daarnaast is zink nodig om de alvleesklier goed te laten functioneren. Een zinktekort kan leiden tot een verminderde werking van de alvleesklier met als gevolg dat er minder insuline aangemaakt wordt. Ook kan een tekort aan zink leiden tot een tekort aan bouwstenen voor insuline. Er zijn verschillende vormen van zink in supplementen verkrijgbaar. Zinkmethionine is een vorm die de voorkeur krijgt omdat deze goed door het lichaam wordt opgenomen.
Plantenextracten die ondersteunend werken bij metabool syndroom:
  • Mariadistel is welbekend vanwege zijn werking op de lever, stimuleert de groei van nieuwe en gezonde levercellen en is een belangrijke antioxidant. Mariadistel speelt een belangrijke rol bij het reguleren van het glucosegehalte, blokkeert de giftige effecten van glucose op de nieren, verbetert de insulineresistentie en speelt een belangrijke rol bij de controle van glucose in de lever.
Het metabool syndroom is een combinatie van een te zwaar lijf en ongezonde leefgewoonte. Vooral mannen hebben er last van. Het metabool syndroom betreft een verzameling van klachten rond de stofwisseling.

De belangrijkste factoren die allemaal te maken hebben met een moderne leefstijl:
  • Overgewicht.
  • Hoge bloedsuikerspiegel.
  • Hoge cholesterol.
  • Hoge bloeddruk.
Niet alleen zware mannen met een bierbuik vallen ten prooi aan het metabool syndroom. Mannen met overgewicht vormen weliswaar de grootste groep, maar ook vrouwen en mensen die weinig bewegen stellen zichzelf bloot aan de gevaren van het syndroom.

Onze voeding bestaat voor een groot deel uit koolhydraten, maar ons lichaam is er niet op voorzien om grote hoeveelheden koolhydraten te verteren. Koolhydraten worden in het lichaam afgebroken tot glucose, de bloedsuikerspiegel stijgt. Een hoge bloedsuikerspiegel zorgt voor het ontstaan van AGE's (Advanced Glycated Endproducts). Deze ontstaan door versuikering van eiwitten en vetten. Glucose oxideert in het bloed en gaat ongecontroleerde verbindingen aan met eiwitten of vetten. Eiwitten en vetten beschadigen hierdoor en veranderen van structuur en kunnen niet hun oorspronkelijke taak uitoefenen. Deze AGE's zorgen voor ontstekingen en richten veel schade aan. Door een te hoge bloedsuikerspiegel zorgt het lichaam met insuline ervoor dat het overtollige bloedglucose naar de weefsels wordt weggeloodst. Het wordt als (buik)vet opgeslagen.

AGE's veroorzaken ook stille ontstekingen (ontstekingen die niet merkbaar zijn maar later grote gevolgen kunnen hebben) zoals ontstekingen in de vaatwanden, aderverkalking, Alzheimer, blindheid, hartinfarct, ... Denk aan het feit dat onze voorouders weinig tot geen granen aten.

Oorzaken van metabool syndroom:
  • Energierijk voedsel: de verhouding tussen energierijk eten (voornamelijk teveel koolhydraten) en weinig bewegen is een probleem in onze leefwereld. Het menselijk lichaam slaat overtollige energie op in de vorm van vet. Het verorberen van energierijk eten (vooral suikers en vetten) gaat een hele tijd goed, tot het moment dat een zekere grens wordt bereikt en vooral als de lever de uitputting nabij is. De lever kan vetten en suikers dan niet goed meer verteren en gaat zelf vetten opslaan, waardoor de leverfuncties nog verder teruglopen.
  • Orgaanvet: dat ligt opgeslagen rond de organen (diepliggend buikvet) gaat op den duur zelf als een orgaan werken. De vetcellen produceren stoffen die de gevoeligheid voor insuline ondermijnen en maken stoffen aan die ontstekingen bevorderen. Bij mannen zet buikvet het voor hen gunstige hormoon testosteron om in oestrogeen, dat de vetopslag nog eens bevordert.
  • Minder testosteron: kan zowel een gevolg als een oorzaak zijn van het metabool syndroom. Mannen met weinig testosteron hebben een hogere kans te sterven. Bij mannen boven de 40 neemt de productie van testosteron van nature langzaam af. De teruggang wordt echter versneld door buikvet en weinig beweging. Het gevolg hiervan is een afnemende spiermassa, terwijl spieren juist energie nodig hebben. Dat is weer van invloed op de bloedsuikerspiegel en de insulineresistentie.
  • Slechte bloedwaarden: als met name de lever en de alvleesklier zijn uitgeput, wordt de bloedcholesterolratio slechter. Er circuleert dan meer van het slechte LDL-cholesterol en minder van het goede HDL-cholesterol in het bloed. Dat vergroot de kans op aderverkalking. Andere bloedvetten (triglyceriden) nemen ook in ongunstige mate toe en er is een hogere kans op de vorming van bloedstolsels. De bloedglucosespiegel is vaak langdurig hoog. Daardoor reageren de lichaamscellen minder goed op insuline: er ontstaat een lichte vorm van diabetes type 2 (prediabetes). Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 90% van de mensen met het metabool syndroom in meer of mindere mate insulineresistent is.
  • Diabetes type 2: mensen met het metabool syndroom hebben een 5 x meer kans op het krijgen van diabetes type 2. Vaak is er al sprake van een voorstadium van diabetes. De aandoening tast vooral vaatwanden aan, waardoor de kans op hart- en vaatziekten, zoals infarcten en beroertes, toeneemt. Opvallend is dat er in het voorstadium van diabetes vaak ook sprake is van hoge bloeddruk.
  • Hoge bloeddruk: is soms genetisch bepaald, maar is meestal een gevolg van overgewicht, weinig bewegen, roken, stress en ongezond eten. Hoge bloeddruk is op zijn beurt weer een van de veroorzakers van hart- en vaatziekten. Een erectiestoornis kan een voorbode zijn van verslechterde vaatwanden.
  • Erectiestoornissen: zijn slechts zelden een gevolg van te weinig testosteron. Een veel vaker voorkomende oorzaak is aderverkalking. De zwellichamen in de penis zijn namelijk extra gevoelig voor aderverkalking. De vuistregel is dan ook simpel, wat slecht is voor het hart, is slecht voor de penis. Erectiestoornissen kunnen dus een voorbode zijn van hartproblemen.
Zie ook: