Probiotica en prebiotica

Voedingsvezels (enzymen) zijn de beste prebiotica en zit voornamelijk in groenten, ze geven bacteriën in de darmen een boost en kunnen invloed hebben op de manier waarop mensen emotionele informatie verwerken. Probiotica bestaat uit strengen goede bacteriën, terwijl prebiotica juist de koolhydraten leveren die de voeding zijn voor deze bacteriën. Het nemen van prebiotica verhoogt het aantal bacteriën dat in de darm leeft, van alle soorten. Dat is theoretisch gezien effectiever dan 1 soort bacterie in te nemen. In het algemeen dient probiotica in voldoende hoge dosering ingenomen te worden, om resultaten te geven. Gangbare doseringen in onderzoeken liggen tussen de 1 en 10 miljard. Hogere doseringen zijn mogelijk nog effectiever en zijn veilig. Probiotica gecombineerd met prebiotica wordt het best gebruikt in poeder vorm, omdat een capsule of tablet te weinig ruimte biedt voor voldoende prebiotica.
Orale probiotica heeft een positieve invloed op de mondgezondheid, specifieke probiotische bacteriën hebben een gunstig effect op de mondflora en remmen oraal ziekteverwekkend micro-organismen. In het bijzonder lactobacillen lijken in staat te zijn de samenwerking van het microbiële organismen in de mond te herstellen en te behouden.

Ondersteunende werking van probiotica en prebiotica bij de volgende aandoeningen:
Probioticaproducten kunnen veel van elkaar verschillen, om profijt te halen uit probiotica zouden per dosis op zijn minst een paar miljard bacteriën moeten innemen. Probiotica bevat nuttige, levenskrachtige bacteriën die de balans van de darmflora harmoniseert. Wanneer de normale balans verstoord is, kan probiotica de dunne darm herkoloniseren en de ongunstige bacteriën verdrijven. Onderzoek toont aan dat probiotica nog op andere manieren handelen. Ze produceren stoffen die de ziekteverwekkende bacteriën remmen. Hieronder volgen aandoeningen en de bacterie die kan helpen, echter onderzoeken zijn nog volop bezig en de lijst is onvolledig.

Lactobacillus rhamnosus GG (LGG):
  • Verbetert de darmflora.
  • Doet klachten afnemen bij prikkelbare darmsyndroom en doet buikpijn afnemen in frequentie en intensiteit.
  • Herstelt een lekkende darm.
  • Verbetert het immuunsysteem.
  • Remt de groei van schadelijke bacteriën en stimuleert de vorming van bacterieremmende stoffen.
  • Vermindert sterk allergieën: kan voedselallergieën voorkomen, vermindert allergieën aan de luchtwegen en eczeem.
  • Kan bij toediening op jonge leeftijd stoornissen zoals ADHD doen afnemen.
  • Kan ingezet worden bij ontstekingen aan de vagina, amandelen, mondholte en beschermt het gebit.
  • Zorgen voor een betere vertering van voedsel
Bifidobacterium longum en lactobacillus helveticus:
  • Vermindert angst, depressie.
  • Kalmeert zenuwen en normaliseert gedrag op korte termijn.
Lactobacillus gasseri:
  • Gewichts- en vetverlies (effect na 12 weken).
Dosering:
  • Om effectief te kunnen zijn dient een probioticum per dosis toch minstens enkele miljarden bacteriekiemen te bevatten. Dit omdat er altijd een deel van de bacteriën sneuvelt voordat ze in de darm terechtkomen.
  • Over het beste moment van inname van probiotica bestaan verschillende opvattingen. In principe overleven de meeste bacteriën als ze weinig maagzuur, 
  • verteringsenzymen en gal tegenkomen én wanneer ze niet te lang in het 
  • maagmilieu moeten verblijven. Het transport door de maag vindt relatief het 
  • snelst plaats wanneer de maag leeg is. Van een glas water vermengd met een probioticum dat op lege maag is ingenomen, wordt iedere 10 minuten de helft van de maaginhoud in het darmkanaal geleegd. Na een half uur is dan 87,5% van de 
  • ingenomen bacteriestammen al in de darm aanwezig. Maar ook de zuurgraad (pH) van de maagvloeistof bepaalt in sterke mate de overleving van de bacteriestammen in de maag. De pH van de maag is het hoogst 's ochtends voor het ontbijt, 's avonds voor het slapen gaan en tijdens de maaltijden. Tussen de maaltijden door kan de pH dalen tot beneden de 3.
  • Inname van probiotica is qua zuurgraad het gunstigst op een lege maag 's ochtends voor het ontbijt, 's avonds voor het slapen gaan of bij de maaltijden. Bij de maaltijd is echter de maagpassage een stuk trager en zijn er ook meer gal en verteringsenzymen aanwezig, vooral wanneer de maaltijd veel vet en/of eiwit bevat.
  • Het is aan te raden probiotica verspreid over de dag in te nemen, vooral in het begin in verband met mogelijke bijwerkingen als gasvorming en kramp. Ieder probioticum heeft zijn eigen specifiek karakter. Afhankelijk van de bacteriestammen in de probiotia is het aan te raden om de probiotica regelmatig te gebruiken om uitspoeling te voorkomen.
  • Voedingsvezels hebben eveneens een gunstig effect op de darmflora en met name op de Bifidobacteriën in de dikke darm. Het gebruik van een vezelrijke voeding werkt daarom ondersteunend bij het gebruik van probiotica. Probiotica zelf werken synergistisch bij alle orthomoleculaire therapieën, omdat een goede darmflora de absorptie van de orthomoleculaire nutriënten duidelijk verbetert. Omgekeerd kunnen therapeutische hoeveelheden zink de koloniseerbaarheid verbeteren.
Waarschuwing:
  • Van probiotica zijn geen contra-indicaties bekend, ook niet in hoge doseringen.
  • Wie pro- en prebiotica gebruiken, kan aanvankelijk een verhoogde gasvorming of krampen ervaren. Dit is een teken dat de gunstige bacteriën aan het fermenteren zijn en het darmmilieu aan het verzuren is. Na verloop van tijd (meestal een week) past het lichaam zich aan en verminderen of verdwijnen deze neveneffecten. In een dergelijk geval kan het zinvol zijn de aanvangsdosis gedurende de eerste 2 weken te verminderen tot de helft van de aanbevolen dosering.
  • Probiotica verminderen de bijwerkingen van antibiotica en kunnen diarree veroorzaakt door antibiotica verminderen of voorkomen. Interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.
Indicaties:
  • Bij gebruik van antibiotica.
  • Constipatie.
  • Diarree.
  • Ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa.
  • PDS (Prikkelbare Darm Syndroom).
  • Te hoog cholesterolgehalte.
  • Immuunsysteem.
  • Infecties van de urinewegen (cystitis), vagina of darmen.
  • Darmparasieten.
  • Candidiasis (Candida albicans).
  • Huidaandoeningen als acnepsoriasis en eczeem.
  • Allergieën.
  • Voedselallergieën.
  • Lactose intolerantie.
  • Jicht..
  • Artritis.
  • Tandvleesontstekingen.
  • Zweren in maag of twaalfvingerige darm.
  • Winderigheid.
  • Hepatische encefalopathie (HE).
Meer info:
  • Het maagdarmkanaal is het belangrijkste immuunorgaan van ons lichaam en staat via het grote oppervlak van de darmwand continu in contact met de buitenwereld (door de ontelbare microvilli). De darminhoud kan behalve voedingsstoffen ook een groot aantal lichaamsvreemde, toxische stoffen en ziekteverwekkende bacteriën bevatten. In het darmkanaal leven ca. 100.000 miljard (10 tot de macht 14) bacteriën. Dit is ongeveer 10 keer zoveel als het totaal aantal cellen van het menselijk lichaam. De gezondheid van de darmen is het resultaat van een microscopisch samenspel tussen miljarden gunstige (probiotische) en ongunstige (pathogene) bacteriën. De algehele gezondheid van de mens wordt grotendeels bepaald door de mate van evenwicht van de darmflora. Een gezonde darmflora is daarom absoluut noodzakelijk voor een goede gezondheid.
  • Antimicrobiële activiteit tegen pathogenen: probiotische bacteriën gaan de groei van pathogene organismen in het maagdarmkanaal tegen. Ze strijden om het beschikbare voedsel en de beschikbare ruimte (o.a. om zich te kunnen hechten aan de darmwand) en scheiden daarbij substanties uit, zoals melkzuur en andere organische zuren en antibiotisch werkende stoffen die bekend staan onder de naam bacteriocinen. Daardoor ontstaat er een milieu waarin pathogenen zich niet thuis voelen en niet kunnen uitgroeien. Eenmaal gehecht aan de darmwand is er geen plaats meer voor ongunstige bacteriën. Onderzoeken tonen de antagonistische werking aan van probiotica op pathogene microben en het vermogen om darminfecties, veroorzaakt door deze schadelijke organismen, te genezen.
  • Voedselvertering: probiotische organismen dragen bij aan het verteringsproces, doordat ze enzymen (zoals lactase) bevatten. De vertering van lactose en melkproducten wordt hiermee ondersteund.
  • Productie van kortketenige vetzuren: kortketenige vetzuren zoals melkzuur (lactaat), azijnzuur (acetaat), proprionzuur (proprionaat) en boterzuur (butyraat), worden gebruikt als voeding door de darmepitheelcellen en zijn therapeutisch gebruikt bij aandoeningen als IBS (Inflammatory Bowel Syndrome). Het probleem met orale toediening van boterzuur is de onaangename geur, dit probleem heeft men niet bij het boterzuur wat gevormd wordt door probiotische bacteriën.
  • Anti schimmel, virus en gist werking: de door de darmflora geproduceerde kortketenige vetzuren voeden het darmepitheel, waardoor een sterke barrière ontstaat tegen ongunstige schimmels en gisten. Hierdoor wordt voorkomen dat schimmels vanuit de darm in de bloedbaan terechtkomen. Virussen kunnen vernietigd of verwijderd worden door absorbtie.
  • PH verlaging: kortketenige vetzuren verlagen de pH en houden daardoor de groei van pathogene darmbewoners in toom. Bovendien vergemakkelijkt een lage pH de absorptie van mineralen zoals calcium, magnesium en zink. Probiotica verhogen hiermee de biobeschikbaarheid van mineralen.
  • Immuunversterking: probiotische flora heeft een krachtig effect op het immuunsysteem door het versterken van zowel de cellulaire als de humorale immuunrespons.
  • Vermindering van voedselallergieën: een niet-evenwichtige darmflora kan bijdragen aan een hyperpermeabele darmwand (verhoogde doorlaatbaarheid), vroeger ook wel het "leaky gut" syndroom genoemd. Deze doorlaatbaarheid wordt in verband gebracht met een groot aantal ziektebeelden, waaronder voedselovergevoeligheden, voedselallergieën en overbelasting van de lever.
  • Cholesterolverlaging: probiotische bacteriën converteren cholesterol in een minder absorbeerbare vorm, waardoor de absorptie van cholesterol vanuit het maagdarmkanaal wordt verminderd en het serumcholesterolgehalte daalt.
  • Productie van vitaminen: veel enzymen in het lichaam hebben voor hun functioneren B-vitaminen als co-enzym nodig. Bifidobacteriën kunnen sommige van deze vitaminen produceren, waaronder vitamine B1, B6, B12, foliumzuur, biotine en vitamine K, evenals verschillende aminozuren.
  • Inwendige reiniging: probiotica helpen bij het herstel van de microbiële flora in de gehele darm. De dikke darm kan gezien worden als een afvalbewaarbak, waarbij een regelmatige stoelgang ophoping van toxines voorkomt. Lactobacillen en bepaalde gisten hebben een stimulerende functie op de darmperistaltiek en bevorderen hiermee een regelmatige stoelgang.
  • Preventie en behandeling van diarree: in een gezond darmkanaal heerst een milieu waarin de meeste pathogene bacteriestammen zich niet thuis voelen. De probiotische flora voorkomt door productie van zuren en antibiotisch werkende stoffen, evenals door competitie om voedsel en ruimte, dat grote aantallen pathogenen de darm gaan koloniseren. De mate waarin een darm daartoe in staat is, wordt kolonisatieresistentie genoemd. Bij een dysbiotische flora, bv. na antibioticagebruik of als gevolg van een infectie met Clostridium difficile, bestaat de kans dat de pathogene stammen, die door hun toxische bijproducten soms de oorzaak zijn (geweest) van de diarree, de probiotische flora gaan overgroeien. Ongeacht wat de oorzaak is, gaan er bij diarree in korte tijd grote aantallen probiotische bacteriën verloren. Het is dan van groot belang de probiotische stammen snel weer aan te voeren, omdat deze de beste bestrijders zijn van deze pathogenen.