Vitamine B12 (methylcobalamine)

Methylcobalamine en adenosylcobalamine (ook wel dibencozide genoemd) zijn biologisch actieve (co-enzymatische) vormen zoals B12 door het lichaam wordt gebruikt. Cyanocobalamine is een synthetische, niet lichaamseigen vorm die in de meeste voedingssupplementen wordt gebruikt. Het voordeel van een voedingssupplement met de biologisch actieve (co-enzymatische) vormen is dat bio-actieve vitamine B12 dan direct beschikbaar is voor het lichaam. Veel neurologische klachten, van depressie tot dementie, worden in verband gebracht met vitamine B12. Bij vitamine B12-gebrek kunnen diverse neurologische symptomen optreden waaronder: gevoelloosheid en tintelingen in de armen, geheugenverlies, desoriëntatie, depressie of stemmingswisselingen.


Ondersteunende werking van vitamine B12 bij de volgende aandoeningen:
  • De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor volwassenen is 2,8 microgram per dag.
  • Mensen die risico lopen om een tekort aan vitamine B12 te ontwikkelen, zoals ouderen en vegetariërs, hebben baat bij een dagelijkse inname van 6 tot 30 mcg.
  • Sommige deskundigen pleiten bij ouderen (vijftigplussers) voor een dagelijkse dosis van 100 tot 400 mcg.
  • Therapeutische doses van methylcobalamine kunnen liggen tussen de 1500 en 6000 mcg per dag gedurende een korte periode.
Synergisme (versterkt de werking van vitamine B12):
  • Vitamine B12 en foliumzuur zijn samen betrokken bij de vorming van hemoglobine. Ook bij de afbraak van homocysteïne doen ze hun werk samen beter.
  • Daarnaast kunnen choline en vitamine B6 het effect van vitamine B12 en foliumzuur op een te hoog homocysteïne in het bloed versterken.
Indicaties:
  • Bij coeliakie (glutenintolerantie) die niet behandelt wordt komen vitamine B12 tekorten vaak voor.
  • Mensen met Alzheimer hebben meestal onvoldoende vitamine B12. Helpt de homocysteïne gehalte te verlagen en zo krimpen van de hersenen te vermijden en zo de kans op Alzheimer te verminderen.
  • Ernstige depressie komt vaker voor bij mensen met vitamine B12 tekort.
  • Vitamine B12 is naast foliumzuur de belangrijkste vitamine die er voor zorgt dat de homocysteïne wordt afgebroken en zo het risico op hart- en vaatziekten kan verminderen.
  • Macrocytaire anemie (een vorm van bloedarmoede dat gekenmerkt wordt door rode bloedcellen die groter zijn dan normaal, door een vitamine B12 en/foliumzuur tekort).
Waarschuwing:
  • Er zijn geen contra-indicaties bekend van vitamine B12. Er zijn geen negatieve reacties bekend van vitamine B12. Zelfs bij doseringen van 1000 tot 3000 mcg per dag is vitamine B12 veilig gebleken, zoals is bevestigd door een overzichtsstudie van de Europese Commissie.
  • Een aantal geneesmiddelen verlaagt de opname van vitamine B12. Maagzuurremmers zoals omeprazol en zantac bijvoorbeeld. Vaak ontstaan pas symptomen van een tekort na enkele jaren medicijngebruik omdat het lichaam een reservecapaciteit aan vitamine B12 heeft. Daarom is het aan te raden om vitamine B12 altijd te suppleren bij het gebruik van maagzuurremmers.
  • Metformine wordt bij diabetes voorgeschreven om de bloedsuikerspiegel te verlagen. Echter, 10 tot 30 procent van de patiënten die metformine krijgen, krijgt problemen met de opname van vitamine B12. Het verdovingsmiddel lachgas zorgt voor een snelle daling van de hoeveelheid vitamine B12. Sommige deskundigen vinden dat vitamine B12-deficiëntie vóór het toepassen van lachgas zou moeten worden uitgesloten.
Meer info:
  • Van alle vitamines heeft vitamine B12 of cobalamine de grootste en meest complexe structuur. Het vitamine B12-molecuul heeft een moleculaire massa van 1000 en bevat een kobaltion. Vitamine B12 is de enige biochemische component die we kennen waarin kobalt zit. Vandaar de naam cobalamine. Mensen zijn niet in staat om vitamine B12 zelf te maken. Daarom moet de voeding voldoende vitamine B12 bevatten. Vitamine B12 komt uitsluitend voor in dierlijke producten zoals (orgaan)vlees en in mindere mate in vis, kip en zuivel. Alleen bacteriën kunnen vitamine B12 synthetiseren. Alle vitamine B12 in de voedselketen is dus oorspronkelijk afkomstig van bacteriën.
  • Vegetariërs en veganisten hebben een verhoogd risico op een tekort aan vitamine B12 omdat ze geen vlees of vis eten. Vroeger dacht men dat mensen vitamine B12 konden opnemen die door bacteriën in de dikke darm wordt gemaakt. Inmiddels is aangetoond dat de dikke darmwand cobalamine vrijwel niet doorlaat. Wel wordt een fractie opgenomen door de slijmvliezen in de mond. Dit mechanisme is vooral relevant bij vloeibare supplementen en zuigtabletten met een hoge concentratie vitamine B12. De meest bepalende opnamestap vindt echter plaats in de maag, waar vitamine B12 door het maagzuur wordt losgekoppeld van eiwitten in de voeding. In de dunne darm wordt vitamine B12 vervolgens ‘vastgeplakt‘ aan de intrinsieke factor (IF). IF is een product van de maagwand die de vitamine beschermt tegen afbraak en het transport door de dunne darmwand mogelijk maakt. Bij ouderen maakt de maagwand minder IF aan, waardoor zij een risicogroep vormen voor vitamine B12-gebrek. Een auto-immuunziekte waarbij de opname van vitamine B12 gevaar loopt is pernicieuze anemie (kwaadaardige bloedarmoede). Daarbij valt het immuunsysteem de pariëtale cellen in de maagwand aan, waardoor ze geen IF meer produceren. Snelle en efficiënte suppletie is dan noodzakelijk.Er zijn verschillende vormen van cobalamine. De geneeskunde werkt meestal met hydroxycobalamine. De meeste supplementen bevatten cyanocobalamine, dat van nature niet voorkomt in levende organismen, maar dat erg stabiel is. Deze stabiliteit heeft wel een keerzijde. Om cyanocobalamine te kunnen gebruiken, moet in het lichaam eerst de cyaangroep worden verwijderd. Vervolgens moet het cobalamine worden omgezet in de actieve vormen van vitamine  B12: methylcobalamine en adenosylcobalamine. Deze stappen verlopen niet altijd even efficiënt en kunnen afhankelijk van de aanwezigheid van voldoende cofactoren tot 1 à 2 maanden duren. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat suppletie met adenosylcobalamine en methylcobalamine efficiënter is dan suppletie met cyanocobalamine. Een dosis van deze geactiveerde vormen van B12 wordt door de weefsels beter vastgehouden dan cyanocobalamine. Deze actieve (coenzym)vormen verdienen daarom in de klinische praktijk de voorkeur, zeker als hoge doses ingezet moeten worden of als een snel resultaat nodig is (bijvoorbeeld bij B12-gebrek als gevolg van pernicieuze anemie). Onderzoek in Wageningen heeft uitgewezen dat vitamine B12 in hogere doseringen passief via diffusie (dus zonder tussenkomst van intrinsieke factor) wordt opgenomen. In doseringen vanaf circa 600 mcg kunnen dezelfde serumconcentraties worden bereikt als via vitamine B12 injecties. Het onder de tong laten smelten is voor voldoende opname van B12 in principe overbodig geworden.
  • Secundaire bloedarmoede is een eerste symptoom van vitamine B12-gebrek. Adenosylcobalamine is - net als foliumzuur - een cofactor voor de vorming van hemoglobine, het ijzerhoudende eiwit dat zuurstof aan zich bindt. Bij een tekort aan B12 (of foliumzuur), wordt er onvoldoende hemoglobine gemaakt, waardoor de rode bloedcellen arm zijn aan hemoglobine (megaloblastaire anemie). Verder speelt adenosylcobalamine een rol bij de energieproductie uit vetten en eiwitten. Methylcobalamine is cruciaal voor het functioneren van het zenuwstelsel, dat wil zeggen de hersenen, het ruggenmerg en de zenuwen: de stof is betrokken bij de aanmaak van neurotransmitters en bij de vorming van de myelineschede van zenuwcellen. Van alle organen bevat de hypofyse de hoogste concentratie cobalamine. Veel neurologische klachten, van depressie tot dementie, worden in verband gebracht met vitamine B12. Bij vitamine B12-gebrek kunnen diverse neurologische symptomen optreden waaronder: gevoelloosheid en tintelingen in de armen, geheugenverlies, desoriëntatie, depressie of stemmingswisselingen. Let op: in 25 procent van de gevallen zijn neurologische symptomen de enige aanwijzing voor een vitamine B12-tekort. Patiënten met neurologische klachten kunnen in het zenuwweefsel een tekort hebben aan cobalamine, terwijl de cobalaminestatus in hun bloed nog op peil is. Methylcobalamine is ook een cofactor voor methioninesynthase, een enzym dat het aminozuur methionine terugwint uit homocysteïne. Deze stap is afhankelijk van foliumzuur. Er is een relatie tussen lage vitamine B12-spiegels en de ophoping van homocysteïne. Dit wordt bij vegetariërs en veganisten vaak gezien en geeft plaquevorming en een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Methionine is op zijn beurt nodig voor de synthese van S-adenosylmethionine (SAMe), een belangrijke methyldonor voor de methylering van DNA en RNA. En dat is weer een belangrijke stap in het ‘aan- en uitzetten’ van genen. Dus ook daarin vervult vitamine B12 een sleutelrol. Verder kunnen een pijnlijke tong, verlies van eetlust en constipatie wijzen op vitamine B12-gebrek, al is niet helemaal duidelijk waarom. Mogelijk is er een verband met de onderliggende aandoening die het vitamine B12-tekort veroorzaakt (bijvoorbeeld een maagontsteking in het geval van pernicieuze anemie).