Verhoogde doorlaatbaarheid van de darm (lekkende darm)

Voedselsupplementen die ondersteunend werken bij een lekkende darm:
  • L-Glutamine kan worden ingezet bij verhoogde doordringbaarheid en ontstekingsziekten van de darmen. De darm moet voedingsstoffen op kunnen nemen maar ook veel belastende stoffen en microben kunnen weren. L-lutamine speelt hierbij een belangrijke rol omdat het de darmbarrière versterkt. L-glutamine is belangrijk voor de heropbouw van de sneldelende cellen van het darmepitheel (beschermende laag van het slijmvlies), met name in de dunne darm. Deze cellen worden elke 3 tot 4 dagen volledig vernieuwd. 40 % van het totale glutamine verbruik vindt plaats in de darmen. Bij een glutamine tekort kunnen de darmepitheelcellen verminderen, wat niet alleen leidt tot een verminderde absorptie van nutriënten, maar ook tot een mogelijk verhoogde doordringbaarheid van het darmepitheel. L-glutamine voorkomt lekkende darmen door ontstekingen van het slijmvlies, voorkomt littekenvorming in de darmen, littekenweefsel is een onomkeerbaar gevolg van de darmontstekingen en kan leiden tot vernauwingen en functieverlies van de darm.
  • Probiotica bevordert een gezonde darmflora, een niet-evenwichtige darmflora door een voedselallergie kan bijdragen aan een verhoogde doorlaatbaarheid van de darmwand. Deze doorlaatbaarheid wordt in verband gebracht met een groot aantal ziektebeelden, waaronder voedselovergevoeligheid, voedselallergie en overbelasting van de lever.
Behalve wanneer eiwitten onvoldoende afgebroken worden (zie onder), kan ook een verhoogde doorlaatbaarheid van de darm (lekkende darm of ook leaky gut genoemd) er de oorzaak van zijn dat meer giftige peptiden en andere ongewenste stoffen in het bloed (en tenslotte ook in de hersenen i.v.m. peptiden) terechtkomen.

Een verhoogde doorlaatbaarheid kan o.a. veroorzaakt worden door:

  • Een verstoorde darmflora (o.a. door schimmelinfectie, zoals met candida albicans).
  • Bepaalde geneesmiddelen, bv. NSAI's (aspirine) en antibiotica.
  • Voedselintoleranties (vooral gluten , melk en eieren).
  • Problemen met maagzuur en pepsine (enzym dat eiwitten in de maag splitst in peptiden), pepsine kan niet vrijkomen als de pH onvoldoende zuur is.
  • Te lage PH in de darm.
  • Opioïde peptiden toxititeit.
  • Coeliakie (glutenallergie).
  • Onvoldoende sulfatie van de eiwitten van de darmwand door een tekort aan zwavel in de voeding of door een deficiëntie in het fenyl sulphur transferase (PST) enzymsysteem (neurotransmitters, steroïde, bepaalde geneesmiddelen en vele xenobiotica en fenolverbindingen worden primair via deze sulfatie-route ontgiftigd. Gewoonlijk vindt voldoende sulfatie van de eiwitten aan de oppervlakte van de darmwand plaats, waardoor een ononderbroken beschermende laag over de darmwand gevormd wordt. Wanneer de sulfatie van de eiwitten onvoldoende plaats kan vinden, gaan deze klonteren en wordt de beschermende laag onderbroken. Hierdoor wordt de doorlaatbaarheid van de darmwand verhoogd.Teveel proteaseremmers in voeding (bv. soja).
  • Onvoldoende eiwitsplitsende enzymen (DPP-IV enzym, protease): in tegenstelling tot wat lang gedacht is, is het normaal dat ook niet volledig gesplitste peptiden de darmwand in beperkte mate passeren. Wanneer de eiwitten/peptiden in het maagdarmkanaal onvoldoende afgebroken worden, bijvoorbeeld omdat er onvoldoende eiwitsplitsendeenzymen aanwezig zijn voor hun afbraak, is de concentratie aan peptiden in het maag- darmkanaal verhoogd. Hierdoor zullen meer peptiden er in slagen de darmwand en vervolgens ook de bloed-hersen barrière te passeren, wat tot allergische klachten en/of de eerder beschreven toxische klachten kan leiden. Een van de naar voren gebrachte theorieën is dat (een deel van de) autisten en AD(H)D'ers, maar ook bij CVS/ME en MCT een (erfelijk bepaalde) verminderde eiwitafbraak heeft.
  • Verhoogde IAG (een abnormale metaboliet van het aminozuur tryptofaan): deze verhoging zou veroorzaakt kunnen worden door insecticiden met een organo fosforus basis. Een voorloper van IAG (Indolyl Acrylic Acid), kan hierdoor ingebed worden in de vetten van membranen (waaronder van de darm en de bloed-hersen barrière) waardoor de doorlaatbaarheid van deze membranen (voor peptiden) wordt verhoogd. Een tweede oorzaak van een verhoogde IAG kan gevonden worden doordat de stofwisseling van tryptofaan is verstoord (tryptofaan is de voorloper van 5HTP die op zijn beurt de voorloper is van serotonine). Zo zouden onder bepaalde (abnormale) omstandigheden door bepaalde darmbacteriën tryptofaan omgezet kunnen worden in indolpropionic zuur.
Onvolledige eiwitvertering, aminozuren en hun rottingsmetabolieten:
Bij een onvolledige vertering van eiwitten kunnen rottingsmetabolieten ontstaan. Voorbeelden van eiwitrottingmetabolieten en klachten die ze kunnen geven zijn:
  • Tyrosine: wordt omgezet in Tyramine (fenol): vermoeidheid, hoofdpijn.
  • Cysteïne: wordt omgezet in mercaptaan: vermoeidheid, afbraak bindweefsel, slijmvliesklachten, slechte adem.
  • Fenylalanine: wordt omgezet in cresol: vermoeidheid, gedragsveranderingen.
  • Histidine: wordt omgezet in histamine: vermoeidheid, gedragsveranderingen, jeuk, allergie.
  • Arginine: wordt omgezet in agmatine: vermoeidheid, hartritme klachten, gedragsveranderingen, stoornissen in de HPA as.
  • Ornithine: wordt omgezet in Putrescine: vermoeidheid, afbraak bindweefsel, slechte adem.
  • Lysine: wordt omgezet in Cadaverine: vermoeidheid, slechte adem, afbraak bindweefsel.
  • Tryptofaan: wordt omgezet in Indolen, escatol: vermoeidheid, hoofdpijn, keelpijn, hooikoorts, loopneus, astma, branderige ogen.
Zie ook:
Allergie