Guarana

Guarana bevat de inhoudsstof guaranine dat guaranine voornamelijk bestaat uit cafeïne gebonden aan tanninen en sporen van theobromine, theofylline, xanthine en hypoxanthine. Guarana wordt vooral gebruikt als oppeppend middel.
Latijnse naam: Paullinia cupana
Andere namen: Guaranastruik, quarana, quarane
Ondersteunende werking van guarana bij volgende aandoeningen:
Inwendig gebruik:
  • Vermoeidheid, uitputting, gebrek aan energie, lusteloosheid, herstel na ziekte, ouderdomszwakte.
  • Zwakke bijnierfunctie.
  • Lage bloeddruk, hartzwakte.
  • Verminderde geslachtsdrift (libidoverlies).
  • Weerstand tegen vermoeidheid door hitte.
  • Weerstand tegen koude, ioniserende stralingen, extreme omstandigheden, reizen, jetlag.
  • Nachtwerk, examenperiode, lange autoritten.
  • Geestelijke vermoeidheid na studie/denkwerk, lusteloosheid.
  • Concentratiestoornissen, verminderde alertheid en geheugen.
  • Stress, verminderde stressbestendigheid, nerveuze uitputting.
  • Slechte prestatievermogen en slechte uithouding.
  • Sporten, duursporten, krachtsporten.
  • Bevordert sportprestaties, competitie.
  • Overgewicht (obesitas): ondersteunt afslanken.
  • Werkt ontsmettend op de darmen (antibacterieel tegen E. coli en salmonella).
  • Samentrekkend: diarree, chronische diarree, dysenterie (zware vorm van diarree).
Gebruikte delen:
  • Het zaad, meestal gedroogd; vervolgens ontdaan van hun rode omhulsel; daarna 4 tot 5 uur geroosterd (tot ongeveer 9 %) vochtgehalte); vervolgens meestal tot poeder vermalen of vermengd met water tot een pasta of tot cilindervormige stokjes gerold.
    Waarschuwingen:
    • Niet geven bij hartaandoeningen en hartritmestoornissen.
    • Niet geven bij hoge bloeddruk.
    • Niet geven bij verhoogde schildklierwerking.
    • Niet geven bij oogbaloverdruk.
    • Niet geven aan patiënten met psychologische problemen en psychiatrische aandoeningen, vanwege een verhoogde kans op verergering van depressiviteit of verhoogde kans op angstneurose.
    • Niet geven aan zwangere vrouwen (theoretische kans op lager geboortegewicht en vroeggeboorte) en aan zogende vrouwen (cafeïne komt in de moedermelk terecht aan de helft van de plasmaconcentratie van de moeder).
    • Niet geven bij maagdarmzweren.
    • Niet geven bij ernstige nieraandoeningen.