Glutenintolerantie (coeliakie)

Voedingssupplementen die ondersteunend helpen bij coeliakie:
  • Dpp-IV enzym wordt normaal door de cellen van de darmen geproduceerd en is essentieel voor de volledige afbraak van proline bevattende voedingseiwitten zoals gluten en caseïne. Een half uur voor de maaltijd innemen wanneer een glutenbevattende maaltijd wordt genomen.
  • Spijsverteringsenzymen opname stoornissen van stoffen in het bloed en spijsverteringsklachten zijn kenmerkend voor coeliakie. Voor het herstel van de darmen en spijsverteringsfuncties kunnen langdurige spijsverteringsenzymen worden ingezet. Dagelijks gebruik van enzymen zoals proteases van papaja en aspergillus orzyae (koji-kin) bij de maaltijd beschermt de darmen en maakt deze minder gevoelig voor resten van gluten die onbedoeld met de voeding worden gegeten.
  • Vitamine B12 gebrek aan vitamine B12 komt bij mensen met een glutenintolerantie relatief vaak voor, ongeveer 20 %. Bij een glutenintolerantie treedt bij een glutenvrij dieet binnen enkele maanden herstel op.Vitamine B12 (hoge doses) kunnen het herste bespoedigen.



Coeliakie is een ziekte die wordt veroorzaakt door overgevoeligheid voor gluten (gliadine), een eiwitbestanddeel van tarwe, rogge, haver, gerst, spelt en kamut. Bij mensen met coeliakie veroorzaakt voedsel dat gluten bevat, beschadiging van het slijmvlies van de dunne darm. Daardoor kan de darm zijn werk niet goed meer doen. Een gezonde dunne darm heeft aan de binnenkant een groot aantal darmvlokken, die samen een enorm oppervlak voor voedselopname vormen. De darmvlokken van een coeliakiepatiënt kunnen geen gluten verdragen. Ze worden erdoor kapot gemaakt (vlokatrofie), waardoor een slechte opname van de bouwstoffen uit het voedsel kan ontstaan. Het lichaam heeft deze bouwstoffen nodig om normaal te kunnen functioneren en bij kinderen tevens om te groeien. Niet opgenomen bouwstoffen verlaten met de ontlasting weer het lichaam. Als gevolg hiervan kunnen klachten ontstaan als diarree, verstopping, groeistoornissen, humeurigheid en vermoeidheid. Ook kunnen tekorten ontstaan aan onder meer vitaminen en ijzer. De enige manier om deze klachten te voorkomen of te bestrijden is het volgen van een dieet waarin gluten niet voorkomt. Dankzij het glutenvrije dieet kan het dunne darmslijmvlies zich herstellen. Heeft men eenmaal een overgevoeligheid voor gluten, dan blijft die het hele leven bestaan. Telkens wanneer de darmwand met gluten in aanraking komt, ontstaat er een beschadiging. Het dieet moet men dan ook het hele leven blijven volgen. Bij niet behandelde coeliakie bestaat een verhoogde kans op complicaties, zoals onder andere verminderde fertiliteit, miskramen, botontkalking, neurologische en psychische problemen. Dermatitis herpetiformis is een aan coeliakie verwante aandoening. Het wordt ook wel 'coeliakie' van de huid genoemd. Ook deze ziekte ontstaat door een overgevoeligheid voor gluten. De behandeling van dermatitis herpetiformis bestaat, naast gerichte medicatie, uit het volgen van een glutenvrij dieet. Waarom inname van gluten bij sommige mensen problemen geeft is nog niet bekend. Kinderen met de klassieke vorm van coeliakie presenteren zich voor de leeftijd van 2 jaar met diarree, slechte groei, platte billen en een bolle buik. Tegenwoordig blijkt dat de verschijningsvorm, zowel bij kinderen als bij volwassenen, verandert: men kan zich presenteren met een enkel symptoom  als buikpijn, obstipatie, kleine lengte, verlate puberteit, bloedarmoede of soms kan men zelfs zonder klachten zijn. Bij kinderen beginnen de klachten meestal kort nadat ze voor het eerst voedsel met granen eten. Wordt coeliakie op latere leeftijd vastgesteld, dan kan blijken dat de overgevoeligheid voor gluten zich pas later heeft ontwikkeld. Waarschijnlijk is echter dat deze mensen de aandoening al hun hele leven hebben, maar doordat zij zo weinig klachten hadden, is er nooit aan coeliakie gedacht Klachten of verschijnselen kunnen zich globaal in twee hoofdgroepen voordoen: als gevolg van voedingstekorten en als gevolg van een minder goede werking van de darmwand.

De meest voorkomende verschijnselen van coeliakie zijn:
  • Chronische diarree.
  • Smeuïge, stinkende ontlasting.
  • Overmatige ontlasting.
  • Depressiviteit.
  • Ondergewicht, dunne armen en benen.
  • Groeistoornissen bij jonge kinderen.
  • Opgezette buik.
  • Verstopping.
  • Bloedarmoede.
  • Weinig eetlust.
  • Overgeven.
  • Botontkalking.
Gewrichtsproblemen, zoals reumatoïde artritis, een verstoorde vochthuishouding (droge ogen) zoals het syndroom van Sjögren, kunnen aanleiding vormen om op coeliakie te onderzoeken. Bepaalde aandoeningen treden veelvuldiger op samen met coeliakie. Zo kan een aantal mensen met coeliakie niet tegen melksuiker (lactose). Dit wordt ook wel lactose intolerantie genoemd. Deze mensen moeten niet alleen een dieet volgen dat geen gluten bevat, maar dat ook weinig lactose bevat. Dit lactose beperkt dieet is meestal tijdelijk. Als de darmwand zich heeft hersteld, kan worden gestopt met de lactose beperking. Bij mensen met coeliakie komt vaker diabetes (suikerziekte) voor dan bij de rest van de bevolking. Ook bepaalde schildklierafwijkingen (een te snelle werking van de schildklier) komt meer bij coeliakie-patiënten voor, er is evenwel geen sterk verband gevonden. Coeliakie wordt bovendien iets frequenter gezien bij mensen met het syndroom van Down. Zij hebben overigens vaker last van aandoeningen die met een verstoring van het afweersysteem te maken hebben.

Er zijn 2 leeftijdscategorieën waarin coeliakie het meest geconstateerd wordt:

De eerste 'piek' valt tussen 6 en 10 jaar, de tweede tussen de 20 en 40 jaar. Mogelijk heeft deze tweede groep al van jongs af aan coeliakie, doch komen de klachten pas later duidelijk naar voren. Erfelijkheid speelt bij coeliakie een rol, maar in welke mate is nog niet bekend. Kinderen van ouders met coeliakie hebben niet altijd coeliakie en omgekeerd. Wel is bekend dat er erfelijke componenten van belang zijn. Naaste familieleden van iemand met coeliakie lopen een groter risico om zelf ook coeliakie te hebben. Broers en zussen van iemand met coeliakie hebben 10% kans de aandoening te krijgen. Soms wordt dit, omdat ze heel lichte klachten hebben, bij  hen niet opgemerkt.

Zie ook: