Calcium

Anorganische calciumverbindingen als calciumcarbonaat, -oxide of –sulfaat hebben een relatief lage opneembaarheid en worden daardoor langzamer en minder efficiĆ«nt opgenomen. Organische vormen van calcium als calciumcitraat, -aspartaat of –gluconaat worden veel sneller opgenomen door het lichaam.
Ondersteunende werking van calcium bij de volgende aandoeningen:
  • Botbreuken (fracturen): calcium beschermt tegen botbreuken, calcium is belangrijk voor de opbouw en het behoud van sterke botten en tanden.
  • Botontkalking (osteoporose): calcium geeft stevigheid aan skelet en gebit. Osteoporose (ontkalking van het bot) ontstaat meestal in combinatie met vitamine D tekort.
  • Nagelaandoeningen
  • Spierkrampen: calcium werkt samen met magnesium is nodig voor een goede prikkelgeleiding van de zenuwen naar de spieren. Samen hebben ze een spierverslappende werking.

Dosering:
  • Volwassenen: 800 mg/dag.
  • Zwangere vrouwen en zogende vrouwen: 1200 mg/dag.
  • Kinderen: 1200 mg/dag.
Synergisme (versterkt de werking van calcium):
  • Calcium werkt samen met vitamine D voor de mineralenhuishouding in de botten.
  • Ook fosformagnesium en strontium werken synergetisch met calcium.